Natuurwinst door ontpoldering Hedwigepolder

Persbericht | 20 november 2013

De Commissie vindt dat het MER over de herinrichting van de Hedwigepolder goed in beeld brengt dat de heringerichte polder in elk stadium van zijn ontwikkeling natuurwinst voor het estuarium van de Westerschelde oplevert. Het gebied zal in de loop der jaren opslibben, maar dat doet aan deze constatering geen afbreuk.


Achtergrond
Nederland en Vlaanderen werken samen aan natuurherstel in het Schelde-estuarium. Onderdeel van dit herstel is de herinrichting van de Hedwigepolder van agrarisch naar natuurgebied. Na herinrichting wordt de polder onderdeel van het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe.
 

De Staatssecretaris van EZ en de Minister van IenM beslissen binnenkort over het rijksinpassingsplan dat de herinrichting van de Hedwigepolder mogelijk maakt. Voorafgaand hieraan is een MER opgesteld. De Commissie is gevraagd dit MER te toetsen.
 

Oordeel over het MER
Het MER laat volgens de Commissie duidelijk zien dat het ontpolderen van de Hedwigepolder in elk stadium positief bijdraagt aan Natura 2000-doelen voor de Westerschelde. Meteen na ontpoldering zal het gewenste ‘intergetijdengebied’ ontstaan. Dit type gebied biedt volop ruimte voor estuariene processen van sedimentatie en erosie en bijbehorende natuur. Door opslibbing verandert het intergetijdengebied na verloop van tijd geleidelijk in (hooggelegen) schor dat uiteindelijk steeds minder overstroomt.
 

Het tempo waarin verlanding optreedt, wordt in de morfologische modellen in het MER wordt onderschat. De tekst in het MER geeft dat zelf ook aan. Via de zienswijzen is een ander morfologisch rapport beschikbaar gekomen. De Commissie vindt dat dit rapport een realistischer beeld geeft van het opslibtempo. Hierdoor zal de ontwikkeling van intergetijdegebied naar hoger gelegen schor sneller verlopen. Echter omdat schor ook een bijdrage levert aan het beoogde natuurherstel is dit geen probleem.
 

In haar oordeel over het MER concludeert de Commissie op een drietal punten dat er nog belangrijke informatie ontbreekt. Zij wijst erop dat bij de uitvoering van dit natuurontwikkelingsproject ook bestaande beschermde natuur wordt aangetast. Dat vraagt om een (juridisch) zorgvuldige afweging over de inrichting van het gebied gericht op het vermijden of beperken van die aantasting. Ook voor archeologie en stikstofdepositie is de informatie nog niet toereikend. De Commissie adviseert in een voorlopig advies deze punten alsnog uit te werken in een aanvulling op het MER. Na het toetsen van de aanvulling brengt de Commissie een definitief advies uit.

Persbericht

Zie ook project 1773. Ontwikkeling van een intergetijdengebied in de Hedwige- en Prosperpolder