Omgevingswet meer risico’s dan kansen voor milieu- en natuur

Nieuwsbericht | 29 mei 2013

De voorgestelde nieuwe Omgevingswet levert per saldo meer risico’s dan kansen op voor de milieu- en natuurbescherming. Dit komt door de manier waarop de extra ruimte voor ontwikkelingen in het wetsvoorstel wordt vormgegeven én door de beperkingen aan de m.e.r.-procedure. Dat concludeert het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) in zijn onderzoek dat het uitvoerde op verzoek van het ministerie van IenM en de Tweede Kamer.

 

Het wetsvoorstel biedt flexibiliteit om te kunnen afwijken van de milieu- en natuurregelgeving. Het stelt hierbij minder eisen aan welke gebiedsontwikkelingen worden toegelaten en biedt daarnaast minder garanties tegen eventuele negatieve milieu- of natuureffecten. Door het beperken van de sturing komt de geboden flexibiliteit onvoldoende ten goede aan het doel van duurzame ontwikkeling dat het wetvoorstel beoogt en levert het voorstel een hoger risico op voor milieu- en natuurbescherming. Het is namelijk onvermijdelijk dat sommige ruimtelijke ontwikkelingen op gespannen voet staan met milieu- en natuurbescherming.

 

Maar vooral de stapeling van de mogelijkheden voor flexibiliteit in combinatie met beperkingen van de m.e.r.-procedure levert risico’s op voor de milieu- en natuurbescherming. Bij de m.e.r.-procedure zal:

  • Het onderzoek naar alternatieven met minder milieueffecten namelijk vaker buiten beeld blijven.
  • De mogelijkheden voor maatschappelijke participatie afnemen.
  • De verplichte onafhankelijke kwaliteitstoets voor de rapportage van een project-m.e.r. worden geschrapt.

De meeste flexibiliteit om van de milieu- en natuurregelgeving af te wijken biedt het instrument ‘projectbesluit’, terwijl het hierbij niet om de minste projecten gaat. Denk bijvoorbeeld aan grote en complexe projecten als snelwegen, windmolenparken en waterbergingsgebieden.

Naar het PBL-rapport