Tweede kerncentrale Borssele

Persbericht | 29 maart 2012

Een besluit over een nieuwe kerncentrale vraagt niet alleen om een onderbouwing van de vestigingslocatie en om duidelijke randvoorwaarden voor de bouw en de exploitatie. Het MER moet ook het nut en de noodzaak van een nieuwe kerncentrale onderbouwen. Dat adviseert de Commissie aan minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.


Het project

Delta en RWE hadden tot voor kort het voornemen om een nieuwe kerncentrale te bouwen. Inmiddels hebben beide de voorbereidingen voor de vergunningaanvragen stilgelegd.

Minister Verhagen blijft ondertussen werken aan de kaders voor kernenergie in Nederland. Hij heeft daarom aan de Commissie advies gevraagd over de gewenste inhoud van het MER dat hoort bij het aanwijzen van een vestigingslocatie voor een nieuwe kerncentrale. De minister werkt de aanwijzing en het MER pas uit als zich een nieuw initiatief aandient of een van de stilgelegde initiatieven weer wordt opgepakt.


Het advies

De Commissie vindt het essentieel dat de overheid in het MER het nut en de noodzaak van kernenergie in Nederland verantwoordt. Want als deze vraag niet beantwoord wordt, dan zal de discussie in de voorbereiding van individuele projecten keer op keer blijven terugkomen.

Het MER moet daarnaast duidelijk maken welke eisen het bouwproces en de centrale stellen aan de te kiezen locatie. Andersom stellen potentiële locaties ook randvoorwaarden aan het bouwproces en aan de centrale. Op grond van beide invalshoeken kan goed onderbouwd worden waar een nieuwe kerncentrale bij voorkeur gesitueerd moet worden. Het MER moet zich richten op alle milieuargumenten die bij deze afweging een rol spelen. Bij het bepalen van de relevante milieuaspecten heeft de Commissie zich ook gebaseerd op de meer dan 6500 zienswijzen die ze van het bevoegd gezag ontving.

Wanneer beide initiatieven een vervolg krijgen, is nu onzeker. Daarom benadrukt de Commissie de beperkte houdbaarheid van haar advies. Als er zich in de toekomst opnieuw een initiatief aandient, is de kans namelijk reëel dat de omgeving waarin het moet worden gerealiseerd, is veranderd. Ook de aard van het toekomstige initiatief kan afwijken van de initiatieven die recent nog voorlagen.

Zie ook project 2601. Inpassingsplan tweede kerncentrale Borssele