201704267/1/R3

Betreft Evaluatie milieueffectrapport Betuweroute
Datum uitspraak 21-02-2018
Rechtsprekende instantie  Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Proceduresoort Tussenuitspraak - bestuurlijke lus
Trefwoorden Betuwelijn, trillingen, spoorwegen, evaluatie, woningen
Bronnen vindplaats

ECLI:NL:RVS:2018:608

Conclusies voor de m.e.r. praktijk

  • Als uit een evaluatie van het milieueffectrapport blijkt dat nadelige gevolgen voor woningen groter zijn dan gedacht, moet goed onderbouwd worden waarom geen maatregelen aan de bron of aan de woning mogelijk zijn die deze effecten wegnemen of verminderen.

Casus

Op 1 november 2016 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (nu de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat) besloten geen maatregelen te nemen om trillinghinder aan een woning in de gemeente Duiven te beperken. Volgens de staatssecretaris zijn geen doelmatige maatregelen toepasbaar. De woning ligt op korte afstand van de Betuweroute.
Uit de evaluatie van het milieueffectrapport voor de Betuweroute is gebleken dat die route meer trillinghinder veroorzaakt dan in het milieueffectrapport uit 1992 werd verwacht.

Appellante vindt dat ten onrechte geen maatregelen zijn getroffen ter voorkoming dan wel vermindering van trillinghinder aan haar woning. De staatssecretaris heeft dit volgens haar onvoldoende gemotiveerd. Ook is volgens haar onvoldoende gemotiveerd waarom bij die beoordeling is uitgegaan van een richtbedrag van €47.000,- per woning. Door de beperkte hoogte van dat bedrag heeft de staatssecretaris naar de mening van appellant geconcludeerd dat geen doelmatige maatregelen beschikbaar zijn.

Overwegingen van de bestuursrechter
In het besluit staat hoe de staatssecretaris de doelmatigheid van de maatregelen beoordeelt. Eerst wordt gekeken of het mogelijk is dat de woning helemaal aan de streefwaarden voor trillinghinder kan voldoen met een redelijke investering. Van het richtbedrag kan enigszins worden afgeweken als de hinder heel ernstig is. Als dat niet mogelijk is, wordt gekeken of de trillinghinder voelbaar kan worden verminderd. De hoogte van de investering hangt af van de mate van hinder, maar het richtbedrag van €47.000,- per woning blijft het uitgangspunt. De hoogte van het richtbedrag is gebaseerd op een aantal onderzoeken van adviesbureaus. Gekozen is voor een bedrag dat aan de bovenkant zit van de marges die in die onderzoeken worden genoemd.

De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris goed genoeg heeft gemotiveerd wat het beoordelingskader voor trillinghinder bij woningen langs de Betuweroute is. Niet duidelijk is echter waarom maatregelen die meer dan €47.000,- kosten niet doelmatig zouden zijn. Dat de staatssecretaris dit bedrag ook in eerdere procedures heeft aangehouden, doet daar niet aan af, omdat dan nog steeds onduidelijk is hoe de hoogte van het bedrag is bepaald. Deze tekortkoming geldt niet alleen voor maatregelen aan de woning, maar ook aan de bron.

Daarnaast is niet goed onderbouwd of - naast de in het besluit genoemde combinatie van maatregelen - andere combinaties van maatregelen mogelijk zijn waarmee de trillinghinder voelbaar kan worden teruggebracht met een redelijke investering.

Uitspraak bestuurlijke lus
De Afdeling verklaart het beroep gegrond. Zij draagt de staatssecretaris op om binnen 20 weken beter te motiveren waarom geen trillinghinder beperkende maatregel aan de bron of aan de woning wordt genomen, dan wel een gewijzigd of nieuw besluit te nemen.