Hoe neem ik duurzame ontwikkeling mee in m.e.r?

Een standaardlijst van benodige informatie is niet mogelijk. Daarvoor zijn de verschillen in abstractieniveau bij gebiedsontwikkeling te groot.
In de praktijk van plan-m.e.r. voor gebiedsontwikkeling blijkt de 3x3 matrix, ontwikkeld in de Nationale Strategie voor Duurzame Ontwikkeling (NSDO) goed bruikbaar als gedachtekader voor het in beeld krijgen van de bijdrage aan duurzame ontwikkeling.

In m.e.r. is ook ervaring opgedaan met het beoordelen van plannen en projecten op hun bijdrage aan het oplossen van persistente problemen. Persistente problemen conform de duurzaamheidsverkenning Nederland Later (MNP, 2007) zijn:

  • klimaatverandering: overstromingsrisico, wateroverlast, watertekort en verzilting;
  • afname van de biodiversiteit;
  • afname bereikbaarheid van grote steden door bijvoorbeeld files;
  • afname leefomgevingskwaliteit;
  • verrommeling van het landschap;
  • tekort aan aantrekkelijke en betaalbare woonmilieus;
  • sociale segregatie;
  • achterblijvend vestigingsklimaat voor (internationale) bedrijven.

Het gebruik van persistente problemen als ijkpunt voor de beoordeling heeft als voordeel dat vaak goed is aan te geven of een bepaalde oplossing bijdraagt, neutraal is of afbreuk doet aan een probleem. Wanneer doelen onvoldoende worden bereikt, biedt het inspiratie om doelen wel te bereiken. Persistente problemen moeten een gebiedsgerichte invulling krijgen zodat ze herkenbaar zijn en onderschreven worden door alle belanghebbenden. Hiermee wordt het enthousiasme voor gebiedsontwikkeling bevorderd.

Persistente problemen worden bij voorkeur ook gebruikt als startpunt voor gebiedsanalyse en gebiedsvisie. Een integrale gebiedsanalyse bij de start van iedere gebiedsontwikkeling moet onderdeel zijn van de 'startbeslissing'. Deze gebiedsanalyse moet zich richten op alle persistente problemen en opgaven in het gebied.