Wat moet het studiegebied zijn voor landschap?

Dit zijn:

  • Het plangebied, de toegangswegen tot dat gebied en de ruimten tussen deze toegangswegen.
  • Breid het gebied uit tot waar de voorgenomen activiteiten nog waarneembaar zijn. Dat kan heel ver zijn, zoals bij het oprichten van een windturbinepark.
  • Neem belangrijke landschappelijke elementen en structuren in de omgeving in hun geheel mee.

Een voorbeeld van het laatste punt: een groot landgoed uit de 17de eeuw met een tuinencomplex wordt in één hoek doorsneden door een initiatief. Dit lijkt een kleine aantasting. Bij nadere beschouwing blijkt dat de symmetrische opzet van het landgoed hierdoor wordt aangetast. Als het landgoed niet in zijn geheel was meegenomen, zou dit onopgemerkt blijven.