1579. Offshore Windpark Den Helder IV

De aanleg van windturbineparken in de Noordzee. Het advies is geldig voor offshore windparken Den Helder I, II, III en IV.     

Procedure en adviezen

Richtlijnen
22-04-2005 Datum kennisgeving
22-04-2005 Ter inzage legging van de informatie
06-03-2006 Advies uitgebracht

Opmerkingen bij de advisering

Voor vergunningaanvragen voor windparken op de Noordzee heeft een aantal jaar een moratorium geheerst. Na de opheffing hiervan is een groot aantal vergunning- en m.e.r.-procedures tegelijkertijd gestart, door meerdere initiatiefnemers. De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat heeft de vergunning- en m.e.r.-procedures voor offshore windparken vanaf 6 juni 2005 opgeschort. De schorsing is per 16 februari 2006 opgeheven. 

 

De gepubliceerde initiatieven vertonen grote overeenkomsten. Vanwege de consistentie is er voor gekozen standaardrichtlijnen op te stellen, geldig voor ieder project, waarin project- of locatiespecifieke opmerkingen apart worden aangegeven.

 

De belangrijkste punten voor het MER zijn:

  • Uitwerken van minimaal twee inrichtingsvarianten, één waarbij de energieopbrengst voor het gehele park wordt gemaximaliseerd en één waarbij de onderlinge afstand tussen de windturbines wordt vergroot ten behoeve van zoveel mogelijk milieuwinst;
  • Kwantitatieve beschrijving van de effecten op vogels en scheepvaartveiligheid. Zowel de absolute effecten voor het gehele park, als de effecten per eenheid van energieopbrengst;
  • Inzicht in de cumulatieve effecten op vogels en scheepvaartveiligheid indien windparken worden gerealiseerd op alle locaties waarvoor vergunning is verleend of vergunningprocedures (inclusief m.e.r.) zijn gestart, alsmede mogelijke mitigerende maatregelen (zoals het open houden van corridors tussen de parken);
  • Beschrijving van de consequenties van de beschermingsformules van de Vogel- en Habitatrichtlijn (i.v.m. bijvoorbeeld soortenbescherming en/of externe werking) en eventuele invloed van het initiatief op wezenlijke kenmerken en waarden van de Noordzee en de Waddenzee.
 

 

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. ir. P. van der Boom, MA
dhr. dr. N.M.J.A. Dankers
dhr. ir. J.H. de Jong
dhr. ing. R.L. Vogel

Voorzitter: mw. drs. L. van Rijn-Vellekoop
Werkgroepsecretaris: dhr. dr. G.P.J. Draaijers

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Airtricity

Bevoegd gezag
Rijkswaterstaat

Overige gegevens

Gebied: Nederland, niet provinciaal ingedeeld gebied


Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
C05.1 tot 1-4-2011: Installaties in, op of boven zeebodem (m.u.v. boortorens) bevestigen, bij windmolens >= 15megawatt of >= 10 molens

Bijgewerkt op: 10 jul 2018