1825

Verdieping en uitbreiding Eemshaven

  • Groningen Seaports heeft het voornemen de Eemshaven uit te breiden en te verdiepen. Om nieuwe initiatieven in de haven mogelijk te maken, wil Groningen Seaports de havenmond aanpassen, een nieuwe insteekhaven uitgraven, de bestaande Wilhelminahaven verlengen en de streefdiepten in de haven vergroten.

 

Hoofdpunten uit het advies

De Commissie vraagt in haar richtlijnenadvies de volgende hoofdpunten in het MER uit te werken:

  • een onderbouwd inzicht in de effecten van het verspreiden en/of verwerken van de vrijgekomen baggerspecie. Beschrijf daarbij de verwachte kwaliteit van de baggerspecie, maak duidelijk aan welke kwaliteitseisen de baggerspecie moet voldoen voor verspreiding in de mogelijke verspreidingsgebieden, en geef aan hoe baggermateriaal dat van onvoldoende kwaliteit is voor dergelijke verspreiding zal worden verwerkt;
  • de mogelijke negatieve gevolgen (afzonderlijk en cumulatief in samenhang met andere initiatieven) voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden;
  • een duidelijke weergave van de onzekerheden in de effect voorspellingen en de doorvertaling daarvan naar betrouwbaarheidsmarges voor de analyse van effecten op de natuur;
  • een onderbouwd inzicht in de effecten van scheepvaart in de gebruiksfase van de haven, met name de effecten op nautische veiligheid, en de maatregelen en procedures voorgesteld om de nautische veiligheid te garanderen.

De Commissie heeft geadviseerde het MER aan te vullen op de volgende punten:

  • beleidskader omgang met grond en baggerspecie
  • kwaliteit van grond en baggerspecie
  • modellen voor verspreiding van baggerspecie
  • effecten op natuur
  • externe veiligheid

De Commissie heeft de aanvuling op het MER en de passende beoordeling in het kader van de Nb-wet betrokken bij de toetsing.

De Commissie oordeelt dat de essentiële milieu-informatie aanwezig is als kan worden aangetoond dat de verspreiding van initiële baggerspecie en grond voldoet aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Indien dit niet kan worden aangetoond dan is de essentiële milieu-informatie niet aanwezig.

De Commissie adviseert indien de verspreiding niet voldoet aan de eisen uit Bbk na te gaan of er alternatieven voor de verspreiding van de initiële specie en grond zijn en de effecten hiervan uit te werken in een aanvulling op het MER.

De Commissie concludeert dat vanwege leemtes in kennis significant negatieve gevolgen op de Grijze Zeehond en Bruinvis niet zijn uit te sluiten. In de passende beoordeling wordt al geconcludeerd dat significante gevolgen op de Gewone Zeehond niet zijn uit te sluiten.
Op basis van de informatie uit de aanvulling, mariene natuurcompensatie, blijkt dat door mitigatie en compensatie effecten te niet worden gedaan.

De Commissie adviseert daarom in het geval van zeezoogdieren de effecten te moniteren en onderzoek te doen naar mogelijke effectrelaties en deze nieuwe kennis in de Nb-wet vergunning aanvraag te gebruiken.

Samenstelling van de laatste werkgroep

ir. Eric van der Aa

ir. Johan van der Gun

ing. Sven Lataire

drs. Nico de Rooij

prof. dr. Joost Terwindt

ing. Rob Vogel

voorzitter

drs. Leni van Rijn-Vellekoop

werkgroepsecretaris

drs. Roel Meeuwsen

Projectinformatie

Bevoegd gezag

Groningen

Initiatiefnemer

Groningen Seaports

Laatste advies uitgebracht op

9 juni 2008