De minister van Klimaat en Groene Groei wil het waterstofnetwerk in Zuidwest-Nederland mogelijk maken. Dit netwerk verbindt het Sloegebied en Terneuzen met het landelijke waterstofnetwerk. Ook komen er twee aansluitingen op België. Voor het netwerk worden zoveel mogelijk aangepaste aardgasleidingen gebruikt. Waar dat niet kan, komen nieuwe leidingen, grotendeels binnen de daarvoor gereserveerde leidingstroken. In het milieueffectrapport staat in grote lijnen wat de gevolgen zijn voor het milieu. Het was oorspronkelijk de bedoeling om nu al een besluit te nemen over het tracé. Maar inmiddels is duidelijk dat dit nog niet gebeurt. Eerst wordt het milieueffectrapport definitief gemaakt.
Hoofdpunten uit het advies
Tussentijds toetsingsadvies
De Commissie adviseert om in het definitieve rapport eerst duidelijk nut en noodzaak uit te leggen van het waterstofnetwerk in Zuidwest-Nederland. Daarvan moeten de belangrijkste gevolgen voor het milieu nog worden beschreven. Zoals de voordelen voor het klimaat. Als bedrijven (groene) waterstof kunnen gebruiken in plaats van aardgas, zorgt dat voor minder uitstoot van broeikasgassen.
Verder moet het rapport ook verschillende varianten beschrijven en vergelijken die mogelijk beter zijn voor het milieu. Zoals bij het nieuwe deel van het netwerk (verder af van woningen of archeologie) of een andere aanlegmethode, zodat daar later nog voor gekozen kan worden. Ook moet er meer aandacht komen voor veiligheid, erfgoed (archeologie), water en natuur (zoals stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden).
Advies reikwijdte en detailniveau
Het onderzoek gaat over het geschikt maken van een bestaande aardgasleiding voor waterstof en de aanleg van een nieuwe waterstofleiding. De nieuwe leiding kan geboord worden of aangelegd in een sleuf in de grond. De keuze voor de aanlegmethode heeft gevolgen voor veiligheid, natuur, en archeologie. Daarnaast past de waterstofleiding niet overal in de grondstrook die bedoeld is voor dergelijke hoofdleidingen. Van deze grondstrook afwijken kan ook gevolgen hebben voor veiligheid, natuur en archeologie. De Commissie adviseert daar in het milieurapport goed aandacht aan te besteden. Aanvullend adviseert de Commissie om bij het vergelijken van de verschillende tracés te kijken hoe de milieugevolgen verminderd kunnen worden. Tenslotte vindt de Commissie het belangrijk dat het rapport beschrijft hoe de veiligheid en het mogelijk optreden van waterstoflekkages worden gemonitord. Hans Mommaas, voorzitter van de Commissie mer: ‘Als je voor leidingen gaat boren of graven en dat buiten de aangewezen grondstrook doet, dan moet je de gevolgen voor veiligheid, natuur en archeologie eerst goed in beeld hebben.’