Bodemdaling gaswinning binnen grenzen

Persbericht | 31 januari 2013

Uit de rapportage 2012 van de NAM blijkt dat de bodemdaling tot nu toe binnen de grenzen is gebleven. De AuditCommissie vindt dit aannemelijk. Zoals verwacht kan nu nog niets gezegd worden over effecten op natuur.
De monitoringsopzet van de gaswinning onder de Waddenzee wordt in 2013 geëvalueerd. De Auditcommissie adviseert bij de evaluatie te focussen zodat meetprogramma’s op elkaar aansluiten en elkaar versterken.

 

Het project
De NAM startte in 2007 met winning van aardgas in het Waddenzeegebied volgens het ‘hand aan de kraan principe’. Dit betekent dat aardgaswinning toegestaan is, maar gestopt wordt bij teveel bodemdaling of aantasting van de natuur in de Waddenzee. Hiervoor voert de NAM een uitgebreid monitoringsprogramma uit.

 

Oordeel rapportage 2012
Volgens de rapportage 2012 van de NAM blijft de bodemdaling door gaswinning onder de Waddenzee binnen toegestane grenzen. De Auditcommissie vindt deze conclusie aannemelijk. De Auditcommissie merkt hierbij op dat de gasproductie in 2011 veel hoger was dan de prognoses. Indien in de toekomst de daadwerkelijke gaswinning de prognoses significant blijft overschrijden neemt de voorspellende waarde van model-len over de toekomstige bodemdalingsnelheid sterk af.

Om zeker te zijn dat geen aantasting van de natuur plaatsvindt is er een uitgebreid monitoringsprogramma in de Waddenzee. Uit de resultaten van deze monitoring zijn nog geen conclusies te trekken over mogelijke gevolgen op natuurwaarden. Dat is volgens verwachting omdat gevolgen pas na meerdere jaren meten waarneembaar kunnen zijn en eenduidige meetreeksen van meerdere jaren nog niet beschikbaar zijn.

 

Advies over evaluatie monitoringsprogramma
Op dit moment is het niet altijd duidelijk of de verzamelde informatie binnen de monitoring nodig is en/of het bruikbare informatie betreft, bijvoorbeeld om het ‘hand aan de kraan principe’ zorgvuldig te hanteren.

De Auditcommissie adviseert daarom in de evaluatie meer focus aan te brengen in de meetprogramma’s voor plaatoppervlak en -hoogte, sedimentatie, bodemdieren en vogels. Onderbouw beter welk gedeelte van de meetprogramma’s voor de onderzoeksvragen in deze monitoring zinvol is en welk gedeelte niet. Zorg er hierbij voor dat meetprogramma’s goed op elkaar aansluiten en elkaar versterken, zodat de zeggingskracht van de totale monitoring toeneemt.

Persbericht