Wacht met MER goederenspoor Oost-Nederland tot noodzaak duidelijker is

Persbericht | 27 februari 2012

Hoeveel goederenvervoer over het spoor is op lange termijn te verwachten? Hoe kan dit goederenvervoer het beste door Oost-Nederland: over weg, water of spoor? En via welke route? De Commissie voor de m.e.r. adviseert eerst deze vragen te beantwoorden met de ‘Elverding-aanpak’ en daarna pas het onderzoek naar de inrichting van de spoorlijnen in Oost-Nederland te starten.

Het project
Het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) maakt in de Randstad ruimte voor personenvervoer door goederenvervoer te laten rijden over de Betuweroute en door Oost-Nederland. Het programma moet ook ruimte bieden voor de verwachte groei van goederenvervoer over het spoor. Eén van de alternatieven voor dit goederenvervoer is over het spoor door Oost-Nederland. Deze route loopt van Elst (aansluiting Betuweroute) via Arnhem, Zutphen en Hengelo naar Oldenzaal (grensovergang naar Duitsland).

De minister van Infrastructuur en Milieu wil hierover een tracébesluit gaan nemen. Voordat de minister besluit laat zij een milieueffectrapport (MER) opstellen. Op verzoek van de minister adviseerde de Commissie over de m.e.r.-proces en inhoud van het MER.

Het advies
De Commissie adviseert te wachten met de uitwerking van het MER. De noodzaak voor het gebruik van het spoor in Oost-Nederland voor intensief goederenvervoer is namelijk nog niet zeker. Een aantal, door de Tweede Kamer gevraagde, onderzoeken beïnvloedt de te maken keuzes mogelijk ook nog sterk:

  • het lange termijn perspectief van goederenvervoer;
  • forser inzetten op binnenvaart voor goederenvervoer;
  • het maximaliseren van het gebruik van de Betuweroute, en een betere aansluiting en benutting in Duitsland;
  • actualisatie van de studie naar de Noordtak van de Betuweroute.

Hier kan bijvoorbeeld uitkomen dat vervoer via de binnenvaart geschikter is, of dat een andere spoorroute beter is. Er kan zelfs uitkomen dat uitbreiding van de vervoerscapaciteit niet nodig is.

De Commissie adviseert daarom om met de ‘Elverding-aanpak’ de mogelijkheden voor vervoer over weg, water en diverse spoorroutes in Oost-Nederland te vergelijken in een ‘brede verkenning’ van alternatieven. Onderzoek hierbij ook de belangrijkste knelpunten, bijvoorbeeld voor het leefklimaat en de natuur en kijk of oplossing van die knelpunten binnen het beschikbare budget mogelijk is. Maak op basis van deze informatie en de discussie hierover in de participatie met betrokkenen een keuze.

Mocht na de ‘brede verkenning’ voor de spoorroute Elst - Oldenzaal gekozen worden, zet dan het leefklimaat voor omwonenden centraal bij de uitwerking van dit tracé in het MER.

Zie ook project 2620. Programma Hoogfrequent Spoorvervoer: Goederenroute Oost-Nederland