3345. Gebiedsontwikkeling Demen - Dieden

Natuurmonumenten wil samen met Wetering, K3Delta en Rijkswaterstaat de uiterwaarden tussen Demen en Dieden herinrichten. De uiterwaarden worden verlaagd en er komen nevengeulen. De klei die hierbij vrijkomt wordt verkocht. Na de werkzaamheden kan de natuur zich ontwikkelen. Voordat provincie en gemeente besluiten over de ontgrondingsvergunning, het bestemmingsplan en eventueel een projectplan Waterwet zijn de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport. 

Procedure en adviezen

Toetsing
20-01-2020 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
23-04-2020 Voorlopig advies uitgebracht
Voorlopig toetsingsadvies
Persbericht
Toetsing aanvulling op het MER
11-05-2020 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
16-06-2020 Advies uitgebracht
Toetsingsadvies
Persbericht

Opmerkingen bij de advisering

Toetsingsadvies
Eerder adviseerde de Commissie om het milieueffectrapport aan te vullen op de haalbaarheid van de natuurdoelen en de mogelijke gevolgen van hoge grondwaterstanden. Het aangevulde rapport onderbouwt duidelijk de beoogde natuurontwikkeling en laat zien dat de karakteristieke kenmerken van dit deel van de Maas zijn meegenomen in het ontwerpproces. Zo wordt rekening gehouden met lage stroomsnelheden, weinig variërende waterstanden en de voedselrijke bodem. En, door de geulen lang en ondiep te maken, blijft de invloed van scheepvaart op de natuur beperkt. Hoogwater in de Maas kan hoge grondwaterstanden in het binnendijkse gebied veroorzaken, maar dit hoeft niet tot negatieve effecten op tuinen, bebouwing en agrarisch gebied te leiden. Ook is rekening gehouden met de beschikbare capaciteit van de gemalen, die teveel water voldoende snel kunnen afvoeren als het water binnendijks teveel stijgt.

De Commissie vindt dat het milieueffectrapport voldoende informatie bevat om in het besluit het milieubelang volwaardig mee te kunnen nemen.

Voorlopig toetsingsadvies
Het rapport schetst een toekomstbeeld waarin de natuurlijke dynamiek van de Maas een belangrijke rol speelt. De Commissie mist echter een analyse van de menselijke invloed op de toekomstige natuur. Drie factoren vindt de Commissie daarbij belangrijk: Door stuwen in de Maas is er weinig variatie in de waterstand, tegelijkertijd kan scheepvaart plaatselijk hoge stroomsnelheden veroorzaken. Ook zitten er veel voedingsstoffen in de bovenlaag van de uiterwaard als gevolg van het agrarische gebruik. De Commissie adviseert in een aanvulling op het milieueffectrapport te beschrijven wat deze niet-natuurlijke factoren betekenen voor het eindbeeld. Tenslotte is het advies om de effecten op de grondwaterstand beter in beeld te brengen. Het milieueffectrapport maakt nog niet duidelijk of er effecten zijn op binnendijkse bebouwing, tuinen en agrarisch gebruik. Ook ontbreekt het aan maatregelen om effecten te voorkomen of te beperken.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

Werkgroeplid
dhr. ir. C. van der Giessen
dhr. drs. M.A. Kooiman
dhr. drs. A. van Leerdam
dhr. drs. F. Wijnants

Voorzitter van de werkgroep: mw. drs. J.G.M. van Rhijn
Werkgroepsecretaris: mw. drs. A. Lüchtenborg

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Natuurmonumenten en K3 Delta Gebiedsontwikkeling b.v.

Bevoegd gezag
Gemeente Oss
Provincie Noord-Brabant

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Noord-Brabant


Bijgewerkt op: 16 jun 2020