3372. Luchtvaartnota

De minister van Infrastructuur en Waterstaat wil voor de periode 2020-2050 nieuw beleid voor de luchtvaart vaststellen. Dit beleid wordt vastgelegd in een luchtvaartnota. Voor de minister besluit over de nota, worden de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport. In voorbereiding op dat rapport zijn tussentijds vier verschillende beleidsalternatieven gepresenteerd voor het toekomstige luchtvaartbeleid, zoals: uitgaan van strengere milieueisen of maximaal accommoderen van de vraag naar luchtvaart.

Procedure en adviezen

Reikwijdte en detailniveau
22-01-2019 Adviesaanvraag bij de Commissie m.e.r.
13-05-2019 Advies reikwijdte en detailniveau uitgebracht
Advies reikwijdte en detailniveau
Persbericht
Tussentijdse toetsing
14-06-2019 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
23-09-2019 Advies uitgebracht
Tussentijds toetsingsadvies
Persbericht

Opmerkingen bij de advisering

Tussentijds toetsingsadvies
De Commissie vindt de alternatieven een bruikbaar vertrekpunt voor het voeren van de discussie over te maken keuzes. Zij geeft in haar tussentijdse advies aanbevelingen voor aanscherping en een betere verantwoording van de gekozen alternatieven. Zo is het belangrijk dat straks in het milieueffectrapport per beleidsoptie meetbaar is beschreven wat de te bereiken doelen zijn en waarom gekozen maatregelen daaraan bijdragen. Nu zijn doelen niet altijd eenduidig gedefinieerd. Zo is niet gespecificeerd tot hoever de hinder moet afnemen bij opties die dat beogen. 
Ook vraagt de Commissie aan de minister straks in het rapport te laten zien waarom met de beleidsalternatieven de nagestreefde doelen op het gebied van het klimaat, de kwaliteit van de leefomgeving, de veiligheid en de economie zullen worden gehaald.

Advies reikwijdte en detailniveau
De Commissie adviseert om de discussie over hoe de luchtvaart zich moet ontwikkelen, te voeren aan de hand van alternatieven die uitgaan van groei, stagnatie of krimp van de luchtvaart, van meer of minder terugdringen van de hinder en van al dan niet terugdringen van de CO2-uitstoot. Door deze alternatieven te vergelijken in het milieueffectrapport komen belangrijke milieugevolgen die aan deze keuzes verbonden zijn, goed in beeld. Verder adviseert ze om doelen concreet en toetsbaar te beschrijven en om daarbij onderscheid te maken tussen doelen voor de korte en de lange termijn (voor en na 2030). 
De minister stelt veel criteria voor om de effecten van de luchtvaart op de mens, zijn leefomgeving, het klimaat, de natuur en de economie te beschrijven. De Commissie adviseert om in het milieueffectrapport te focussen op de criteria die de belangrijke verschillen tussen alternatieven laten zien. Voorbeelden hiervan zijn: de beschikbare ruimte voor onder andere woningbouw, de omvang en de duur van de hinder en de schadelijke stoffen die vrijkomen bij vliegen vanaf Nederlandse luchthavens.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

Werkgroeplid
dhr. dr. G.J. van Blokland
dhr. Dr. J.M.G. Heerkens
dhr. dr. M.J.F. van Pelt
dhr. ir. J.P. van Soest

Voorzitter van de werkgroep: dhr. dr. C.A. Linse
Werkgroepsecretaris: dhr. dr. J.F.M.M. Lembrechts

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Bevoegd gezag
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Zuid-Holland


Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
007.2 Plan-m.e.r. vanwege kaderstelling
C06.1 2018: aanleg, irichting of gebruik luchthaven met start/landingsbaan >2100 m
D06.1 2018: aanleg, inrichting of gebruik luchthaven als bedoeld in de Wet luchtvaart als start/landingsbaan lengte >=1000 m of uitsluitend geschikt voor het starten of landen van helikopters
D06.2 2018: wijziging in de ligging van start/landingsbaan, de verlenging, verbreding of verharding daarvan, of de intensivering of wijziging van het gebruik van de luchthaven dan wel de wijziging van de vliegroutes.De wijziging van het gebruik van de luchthave

Bijgewerkt op: 25 sep 2019