3430. Verda Delfzijl, provincie Groningen

Verda B.V. wil een industriële installatie vestigen op het haven- en industriegebied Oosterhorn in Delfzijl. Het bedrijf gaat niet-gevaarlijk polymeren-afval verwerken tot nieuwe producten. Voordat de provincie besluit over de omgevingsvergunning, zijn de milieueffecten onderzocht in een milieueffectrapport. Voor de tweede keer is het rapport op advies van de Commissie met milieu-informatie aangevuld.

Procedure en adviezen

Toetsing
04-10-2019 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
16-01-2020 Voorlopig advies uitgebracht
Voorlopig toetsingsadvies
Persbericht
Toetsing aanvulling op het MER
17-01-2020 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
16-04-2020 Voorlopig advies uitgebracht
Persbericht
Toetsingsadvies
Toetsing aanvulling op het MER 2
16-04-2020 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
23-07-2020 Advies uitgebracht
Persbericht
Toetsingsadvies

Opmerkingen bij de advisering

Toetsingsadvies 
Het aangevulde rapport laat nu goed zien dat de effecten van de fabriek op luchtkwaliteit, geluid en geur beperkt zijn. Ook is nu voldoende onderbouwd dat het polymeren-afval niet recyclebaar is en onder voorwaarden zo min mogelijk zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) bevat. Omdat de ontwerpvergunning nog niet beschikbaar is, heeft de Commissie niet kunnen beoordelen of de vergunning deze voorwaarden stelt. Dat zal de provincie zelf nog moeten doen.
Het is mogelijk dat beschermde diersoorten zich na het onderzoek alsnog in het gebied vestigen. Daarom beveelt de Commissie aan dit voorafgaand aan de werkzaamheden nog te checken. 

Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop
Het milieueffectrapport bevat bijna de informatie die nodig is om te besluiten over de omgevingsvergunning, aldus de Commissie. De informatie over geluid en externe veiligheid is nu compleet. Wel is nog informatie nodig over onder meer de kosten van recycling, het minimaliseren van het risico op zeer zorgwekkende stoffen en de samenstelling van het afvalwater. 

Verda B.V. heeft laten weten het rapport op zeer korte termijn aan te passen en het aangepaste rapport aan de Commissie voor te leggen. De Commissie zal daarna spoedig over de aanpassing adviseren

Voorlopig toetsingsadvies
Het rapport beschrijft het proces en de milieugevolgen van de fabriek slechts globaal. De milieuinformatie is daardoor nog onvoldoende. Zo moet meer duidelijkheid worden verschaft over wat voor afvalstromen de fabriek precies in- en uitgaan, en welke verontreiniging naar de lucht en het water er zal zijn. Ook adviseert de Commissie beter te onderbouwen dat effecten door neerslag van stikstof in speciaal beschermde natuurgebieden (zoals het Waddengebied en de Drentsche Aa) uitgesloten zijn.
De provincie heeft laten weten het rapport aan te passen en opnieuw aan de Commissie voor te leggen. Pas daarna wordt over de omgevingsvergunning besloten.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

Werkgroeplid
dhr. ir. A. J. F. Brinkmann
dhr. ing. R.L. Vogel
dhr. ir. P.P.A. van Vugt

Voorzitter van de werkgroep: mw. M.A.J. van der Tas
Werkgroepsecretaris: mw. mr.drs. A. Wagenmakers

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Verda BV

Bevoegd gezag
Provincie Groningen

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Groningen


Categorieën Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
001.1 Project m.e.r. uitgebreide procedure
C18.4 2018: oprichting, wijziging of uitbreiding van installatie voor verbranding of chemische behandeling van >100 ton per dag niet-gevaarlijke afvalstoffen
C21.6 2018: oprichting van geïntegreerde chemische installatie, dwz installatie voor fabricage op industriële schaal van stoffen door chemische omzetting, waarin verscheidene eenheden naast elkaar bestaan en functioneel met elkaar verbonden zijn, bestemd voor d

Bijgewerkt op: 23 jul 2020