201601663/1/R1

Betreft Bestemmingsplan Landelijk Gebied Noord, gemeente Stichtse Vecht
Datum uitspraak 04-10-2017
Rechtsprekende instantie  Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Proceduresoort Tussenuitspraak - bestuurlijke lus
Trefwoorden veehouderij, uitbreiding, Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), referentiesituatie, Natura 2000-gebieden, stikstofdepositie
Bronnen vindplaats

ECLI:NL:RVS:2017:2672

Conclusies voor de m.e.r. praktijk

  • Om te bepalen of een Passende beoordeling nodig is, moet worden uitgegaan van de feitelijke, legale situatie. Niet-benutte bouwmogelijkheden uit een bestaand plan horen hier niet bij.

  • De Afdeling kan geen oordeel geven over een planregeling die verwijst naar het PAS totdat het Hof van Justitie van de Europese Unie haar prejudiciële vragen over het PAS heeft beantwoord.

Casus

Op 2 december 2015 heeft de raad van de gemeente Stichtse Vecht het bestemmingsplan Landelijk Gebied Noord vastgesteld. Het plan voorziet in een nieuwe planologische regeling voor de landelijke gebieden in het noordelijke deel van de gemeente rondom het Amsterdam-Rijnkanaal. In beginsel worden nieuwe ontwikkelingen niet meegenomen in het plan.

Appellanten zijn het niet eens met het plan, voor zover veehouderijen mogen uitbreiden ten opzichte van de bestaande situatie. Het gaat daarbij om uitbreidingen bij recht en om uitbreidingen op grond van een wijzigingsbevoegdheid. Zij menen dat ten onrechte geen Passende beoordeling op grond van artikel 19j van de Natuurbeschermingswet 1998 is opgesteld en om die reden eveneens ten onrechte geen plan-m.e.r. Zij wijzen erop dat bij de vraag of een Passende beoordeling had moeten worden opgesteld de onbenutte bouwmogelijkheden moeten worden betrokken.

 

Overwegingen van de bestuursrechter
De Afdeling constateert op grond van artikel 9.10 van de Wet natuurbescherming dat het plan, gegeven de datum van de vaststelling, moet worden beoordeeld op grond van de Natuurbeschermingswet 1998. In het plan zijn bouwmogelijkheden voor veehouderijen uit het voorheen geldende bestemmingsplan overgenomen. In de plantoelichting staat hierover dat om die reden geen significant negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen of andere Natura 2000-gebieden zullen optreden. Van meerdere agrarische bedrijven zijn nog niet alle bouwmogelijkheden benut. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling moet bij de beoordeling van de vraag of een Passende beoordeling gemaakt moet worden, uitgegaan worden van de feitelijke legale situatie als referentiekader. De raad erkent dat gelet op de uitbreidingsmogelijkheden significant nadelige gevolgen op Natura 2000-gebieden inderdaad niet zijn uitgesloten. De raad wil het geconstateerde gebrek herstellen met een beroep op het Programma aanpak stikstof (PAS). Op grond daarvan is volgens de raad toename van stikstofdeposities onder bepaalde drempelwaarde niet langer vergunningplichtig en kan voor uitbreidingen boven de drempelwaarde onder voorwaarden een vergunning worden verleend met gebruikmaking van ontwikkelingsruimte.

De Afdeling past voor dit gebrek de bestuurlijke lus niet toe. In de uitspraken van 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1259 en ECLI:NL:RVS:2017:1260, heeft de Afdeling over de PAS-regeling een aantal prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Hangende die procedure kan de Afdeling geen oordeel geven over een regeling die verwijst naar het PAS. De zaak moet worden aangehouden totdat het HvJ EU een antwoord op de prejudiciële vragen heeft gegeven.
 

Uitspraak
De Afdeling verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit voor zover het voorziet in uitbreidingsmogelijkheden voor veehouderijen die niet passend beoordeeld zijn en treft een voorlopige voorziening om te voorkomen dat die uitbreidingsmogelijkheden van het vorige plan herleven.

Documentatie