1241

PKB Luchtvaartterreinen Maastricht en Lelystad

Het inititatief behelst het bijstellen van het nationale beleidskader voor de luchthavens Lelystad en Maastricht (als vastgelegd in het Structuurschema Burgerluchtvaartterreinen), passend bij de door de beide luchthavens gewenste verandering in het gebruik van hun luchthavens.

 

Hoofdpunten uit het advies

Richtlijnenfase:

In het MER dient de samenhang tussen de verschillende – al dan niet afgebroken - procedures waarvoor een m.e.r. is gestart, helder in beeld gebracht te worden. Het betreft zowel procedures specifiek voor MAA en Luchthaven Lelystad, als procedures voor de kleine en regionale luchthavens in hun algemeenheid.

De Commissie is van mening dat een enge benadering (in feite alleen planologische reserveringen) formeel gezien weliswaar past bij een PKB, maar dat vanwege de huidige praktijk in PKB’s (naast planologische reserveringen, steeds meer norm- en regelgeving) een dergelijke benadering niet logisch is. De Commissie adviseert daarom om naast de aspecten die hun weerslag hebben op ruimtelijke invullingen en reserveringen (met name geluid en externe veiligheid) ook aspecten die niet direct ruimtelijke gevolgen hebben (met name lucht en hinderbeleving) in de PKB als beleidskader uit te werken en op te nemen. De Commissie adviseert verder om ten aanzien van dergelijke aspecten ook doelen te formuleren.

Toetsingsfase:

De Commissie is van oordeel dat de essentiële informatie in het MER aanwezig is, met uitzondering van de informatie ten aanzien van externe veiligheid. De Commissie zal op verzoek van het bevoegd gezag het aspect externe veiligheid toetsen zoals dat in een separaat rapport bij deel 3 van de PKB zal verschijnen. Mogelijke wijzigingen in de routestructuren, welhaast zeker genoodzaakt door inspraakreacties, die consequenties met zich meedragen ten aanzien van de geluidzones en de veiligheid van het gebruik van het luchtruim rondom de luchthavens zullen dan eveneens in die aanvullende toetsing worden betrokken.

2e Toetsingsfase:

De Commissie concludeert dat de nadere informatie over externe veiligheid en gewijzigde routestructuur een goed beeld oplevert van het voornemen en de milieugevolgen. Ten aanzien van de nadere informatie over externe veiligheid is de Commissie van mening dat het bijlagerapport van NLR essentiële informatie bevat voor het verkrijgen van een compleet beeld. De Commisise acht het van belang dat de bandbreedte in de risico’s naar betrokkenen in de omgeving van vliegveld Maastricht gecommuniceerd wordt. Daarbij dient niet alleen de informatie uit het hoofdrapport, maar ook de informatie uit de bijlage van het NLR (resultaten van minimaal beide varianten, waaronder ook de FN-curves) aan de orde te komen. Dit temeer daar de risicoberekeningen met het regionale model aantonen dat de risico’s in absolute zin groter zijn dan bij Schiphol.


 

Samenstelling van de laatste werkgroep

dr. ir. Boone

Grove

drs. Adrie de Jong

dr. Kees Leidelmeijer

prof. ir. drs. Han Vrijling

voorzitter

ir. Niek Ketting

werkgroepsecretaris

drs. Marc Laeven

Projectinformatie

Bevoegd gezag

Rijkswaterstaat, Ministerie van Volkhv., R.O. en Milieubeheer

Initiatiefnemer

Rijkswaterstaat, Ministerie van Volkhv., R.O. en Milieubeheer

Laatste advies uitgebracht op

25 april 2003