200

Mestverwerking Vefinex b.v. te Weert

De voorgenomen activiteit betreft het uitbreiden en gebruiken van een installatie voor het drogen van stapelbare dierlijke mest (pluimveemest) met een geplande productiecapaciteit van ca. 30.000 ton ruw product per jaar. De fabriek is gevestigd op industrieterrein Boshoverheide te Weert. Dit industrieterrein is bestemd voor de vestiging van zware en milieubelastende industrie (A-inrichtingen). 

 

 

Hoofdpunten uit het advies

Naar de mening van de Commissie stond “de betrekkelijke omvang van de milieugevolgen in dit geval een inwilliging van het verzoek op grond van ar ti kel 41e, eerste lid van de Wabm om ontheffing van de m.e.r.-plicht niet op ernstige wijze in de weg”. 

Na dien vestigde het directoraat-generaal Milieubeheer de aan dacht van de Commissie op de op zichzelf niet on aan zien lijke totale NOx-emissie door Vefinex van cir ca 11,6 ton per jaar. De Commissie heeft zich hierop na der be ra den. Per brief heeft zij daarop de Ministers van VROM en L&V laten weten, dat zij haar eerdere conclusie handhaafde. Zij kwam tot d slotsom, dat de mestverwerkings in stallatie een nuttige bijdrage zou le ve ren aan de ver min dering van het totale verzuringsprobleem. Uit de be re kening van de verspreiding van stikstofoxiden bleek dat, gezien de achtergrondconcentratie, het bedrijf slechts een geringe bijdrage zou leveren aan jdfjsadjfjlafjkdlsf;aj NOx-be las ting van het plaatselijke milieu.

Op 30 oktober 1990 is de fabriek in gebruik gesteld. bla lba

 

 

Samenstelling van de laatste werkgroep

dr. ir. Coumans

ing. Huisman

dr. ir. Koster

dr. Heiko Nieboer

voorzitter

dr. Hans Cohen

werkgroepsecretaris

drs. René Klerks

Projectinformatie

Bevoegd gezag

Limburg

Initiatiefnemer

Vefinex

Laatste advies uitgebracht op

7 december 1988