2338. Structuurvisie en actualisatie bestemmingsplan 'Landelijk Gebied' gemeente Noordoostpolder

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder wil voor haar grondgebied een structuurvisie opstellen en het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’ actualiseren. Omdat beide plannen m.e.r.(beoordelings)plichtige activiteiten mogelijk maken en er mogelijk gevolgen op Natura 2000-gebieden optreden, stelt de gemeente een planMER op ten behoeve van de besluitvorming over beide plannen.

Procedure en adviezen

Reikwijdte en detailniveau
13-10-2009 Adviesaanvraag
21-10-2009 Datum kennisgeving
21-10-2009 Ter inzage legging van de informatie
24-11-2009 Advies uitgebracht
Advies reikwijdte en detailniveau
Toetsing
04-02-2011 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
17-02-2011 Kennisgeving MER
17-02-2011 Ter inzage legging MER
07-04-2011 Toetsingsadvies uitgebracht
Toetsingsadvies

Opmerkingen bij de advisering

In haar advies over de reikwijdte en het detailniveau adviseert de Commissie met name om in te gaan op de bestaande waarden van de huidige structuren en patronen (zoals landschap, cultuurhistorie en natuur) en op basis hiervan inzicht te bieden in de randvoorwaarden, kansen en knelpunten die dit oplevert voor de beoogde gebiedsontwikkeling. Ook adviseert ze een hieruit volgende integrale visie op de gewenste ontwikkeling van het gebied op te stellen, met een onderbouwing van nut en noodzaak van ontwikkelingen met mogelijk wezenlijke effecten.

Bij de toetsing van het MER signaleert de Commissie een aantal essentiele tekortkomingen. Op het niveau van de structuurvisie is de belangrijkste tekortkoming dat milieubeperkingen voor de voorgenomen gebiedsontwikkelingen (‘milieugebruiksruimte’) niet in beeld zijn gebracht. Daardoor blijft onduidelijk of en hoe de nieuwe activiteiten ruimtelijk inpasbaar zijn en of er knelpunten kunnen optreden met betrekking tot landschap, woon- en leefklimaat en natuur. Het MER is hierdoor niet bruikbaar om afwegingen tussen locaties te maken. Ook ontbreekt inzicht in kansen om de gebiedsvisie te realiseren.

Het bestemmingsplan legt bepaalde ontwikkelingsruimte vast, met name voor (intensieve) veehouderij. In het MER dienen de milieueffecten van deze ontwikkelruimte  in beeld te worden gebracht en vergeleken met de referentiesituatie. Zowel de referentiesituatie als de maximale effecten zijn in het MER niet op de juiste manier berekend. Ook blijkt uit de Passende beoordeling niet of aantasting van natuurlijke kenmerken uitgesloten kan worden. Daardoor geeft het MER geen beeld vand e milieueffecten van het bestemmingsplan.

De Commissie adviseert een aanvulling op het MER op te stellen voordat over de structuurvisie en het bestemmingsplan wordt besloten.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. ing. E.H.A. de Beer
dhr. ing. H.J.M. Hendriks
dhr. ir. K.A.A. van der Spek
dhr. dr. N.P.J. de Vries
dhr. drs. G. de Zoeten

Voorzitter: mw. drs. J.G.M. van Rhijn
Werkgroepsecretaris: mw. drs. G. Korf

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Gemeente Noordoostpolder

Bevoegd gezag
Gemeente Noordoostpolder

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Flevoland


Categorieën Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
007.2 Plan-m.e.r. vanwege kaderstelling
C10.1 tot 1-4-2011: Recreatieve voorziening >= 500.000 bezoekers per jaar, >= 50ha, of 20ha in gevoelig gebied: aanleg, wijziging of uitbreiding
C14.0 tot 1-4-2011: Pluimvee- of varkensfokkerij, -mesterij, of -houderij: oprichten, wijzigen of uitbreiden (drempels zie Besluit m.e.r.)
D18.2 tot 1-4-2011: Dierlijke, organische meststoffen, GFT, groenafval: verwerken of vernietigen >=100ton per dag

Bijgewerkt op: 10 jul 2018