De slakkenbehandelingsinstallatie (SBI) is bedoeld om slakken te bewerken uit vuilverbrandingsinstallaties en de geplande capaciteit bedraagt 75.000 ton. De installatie is gepland op de stortplaats Crayestein-West.
Hoofdpunten uit het advies
Bij de toetsing heeft de Commissie overwogen dat de effecten van de SBI op bodem- en grondwater worden bepaald door de effectiviteit van de bodembeschermende voorzieningen op de stortplaats. De Commissie constateerde dat informatie hierover in het MER ontbrak. Volstaan werd met een verwijzing naar een rapport uit 1994. De Commissie heeft dit rapport opgevraagd. Op basis van de informatie in het MER en de genoemde rapportage concludeerde de Commissie dat voldoende milieu-informatie beschikbaar is voor het te nemen besluit.
Zij constateerde daarbij echter dat de conclusies uit het genoemde rapport uitsluitend zijn gebaseerd op berekeningen. In de aanbiedingsbrief beval de voorzitter aan om conform de vergunningvoorwaarden voor de stortplaats de berekeningen te verifiëren met peilbuiswaarnemingen in de percolaatdrainagelaag, metingen van de hoogte van de stortzool en de dikte van de drainerende puinlaag.
In de vergunning is opgenomen het voorkeursalternatief uit het MER, zijnde de voorgenomen activiteit uit het MER aangevuld met geluidsbeperkende voorzieningen. Conform de aanbeveling van de Commissie zal het rapport over de effectiviteit van de bodembeschermende voorzieningen op de stortplaats openbaar worden gemaakt. Het bevoegde gezag is van mening dat in de vergunning voor de stortplaats voldoende waarborgen zijn opgenomen voor bodembeschermende voorzieningen. Het zal er op toezien dat het systeem zoals vergund voldoet aan de gestelde eisen. Gegevens van metingen van de percolatiestroom van de SBI zullen worden gebruikt bij de evaluatie van de milieuvoorzieningen van de stortplaats.