716. Verhoging splijtstofverrijkingsgraad kerncentrale Borssele

In de startnotitie geeft de EPZ aan dat het voornemen uit twee of drie onderdelen bestaat:  ● gebruik van splijtstof met een hogere verrijkingsgraad; in plaats van staven waarvan het uraandioxide UO2 een maximaal massagehalte U235 van 3,3% heeft staven met een maximumgehalte van 3,8, van 4 of van 4,2 %; ● gebruik van splijtstoftabletten met een iets gewijzigde vormgeving, waardoor in Europese en Amerikaanse centrales hetzelfde model tabletten kan worden gebruikt. Het UO2-gehalte per staaf zal hierdoor circa 2% toenemen; ● eventueel gebruik van splijtstofstaven met een neutronenabsorberend materiaal, waarbij wordt gedacht aan gadolinium als 'slijtend gif'.  

Procedure en adviezen

Richtlijnen
03-08-1995 Datum kennisgeving
03-08-1995 Ter inzage legging van de informatie
04-10-1995 Advies uitgebracht
Advies voor richtlijnen
Toetsing
28-02-1996 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
06-03-1996 Kennisgeving MER
06-03-1996 Ter inzage legging MER
01-05-1996 Toetsingsadvies uitgebracht
Toetsingsadvies

Opmerkingen bij de advisering

De Commissie adviseerde in haar richtlijnenadvies onder andere ook aandacht te besteden aan de fasen waarin omschakeling plaatsvindt van 'oude' naar 'nieuwe' splijtstofstaven; aan eventuele grensoverschrijdende milieueffecten; en aan de gevolgen van langere gebruikstijd van de splijtstofstaven voor de samenstelling van de opgebrande staven en voor de behandeling daarvan. 

De richtlijnen kwamen vrijwel overeen met het richtlijnenadvies.

In het MER maakte de EPZ duidelijk, niet meer te denken over gebruik van gadolinium als slijtend gif, vanwege de consequenties voor de bedrijfsvoering en de noodzaak van omvangrijke ongevalsanalyses.

Bij de toetsing kwam de Commissie tot de conclusie, dat het MER voldoende informatie bevatte voor de besluitvorming, maar dat van enkele constateringen in het MER de onderbouwing ontbrak. Zij heeft daarom contact opgenomen met het bevoegd gezag en de initiatiefnemer. Hierop heeft de initiatiefnemer aan het bevoegde gezag en de Commissie nadere informatie verschaft over deze punten. De onduidelijkheden betroffen vooral de omschakelingsperiode en de manier waarop het opslagbassin zo zou worden ingericht, dat bij opslag van nieuwe staven geen criticaliteitsrisico's zouden kunnen ontstaan.

De Commissie concludeerde dat de centrale ook tijdens de omschakelingsperiode zal kunnen voldoen aan reactorfysische en thermohydraulische veiligheidscriteria en beval aan om tijdens de overgangsperiode monitoring te plegen ter verificatie hiervan.

Omdat weinig bekend was over de corrosiebestendigheid van staafbekledingsmateriaal bij hogere opbrand, suggereerde de Commissie een staafgemiddelde opbrandlimiet van 60 MWd/kg (overeenkomend met een elementgemiddelde opbrandlimiet van 50 MWd/kg) in de vergunning op te nemen.

Een derde aanbeveling van de Commissie betrof de beveiligingsmaatregelen in de opslagvoorzieningen.

 

In de ontwerp-vergunning werd aangegeven, dat de aanvraag was getoetst op de drie principes van het stralenbeschermingbeleid: rechtvaardiging, ALARA1 en dosislimieten. Omdat bij het voornemen meer tritium geloosd zou moeten worden, had toepassing van gadolinium misschien in het meest milieuvriendelijke alternatief kunnen worden beschouwd, aldus de ontwerp-vergunning. Maar omdat er weinig ervaring mee was en gebruik van gadolinium aanmerkelijke consequenties voor de bedrijfsvoering zou hebben, was het achterwege laten van zo'n beschouwing gerechtvaardigd.

Volgens de ontwerp-vergunning wordt aan de vergunningvoorschriften toegevoegd, dat de gemiddelde opbrand niet meer dan 60 MWd/kg mag bedragen. Ook wordt gevraagd een kwalificatieprogramma op te stellen voor het materiaal van de splijtstofomhulling. Er moet een draaiboek worden opgesteld voor de keuze van de leeg te laten opslagposities en het splijtstofbassin. In de ontwerp-vergunning is een evaluatieparagraaf opgenomen. Als hoofdpunten van de evaluatie worden naast de milieuveranderingen onder andere de controle op voorspelde reactorfysische en thermohydraulische veiligheid, vooral in de overgangsperiode, genoemd.

De definitieve beschikking week slechts redactioneel af van de ontwerpbeschikking.

Op 11 juni 1998 werd de centrale drie weken stilgelegd voor de vervanging van 40 van de 121 brandstofstaven, waarbij voor het eerst de nieuwe staven werden ingezet.

De Raad van State vernietigde op formele gronden medio 1998 de beschikkingen over de kerncentrale die betrekking hadden op de modificatie2 en op de splijtstofoptimalisatie. Noch in het besluit zelf, noch in de onderliggende stukken was namelijk duidelijk, dat het besluit in overeenstemming met de minister van Verkeer en Waterstaat was genomen of dat deze minister bij de totstandkoming van het besluit was betrokken.

Door de vernietiging kon tevens de procedure voor kleine veranderingen in de uitvoering van de modificatie geen doorgang vinden.

Met de nieuwe beschikking werd voorzien in de vermelding van de overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat.

Op 11 september 1999 ging de kerncentrale voor twee weken uit bedrijf voor de jaarlijkse splijtstofuitwisseling annex onderhoudsbeurt, waarbij 36 van de 121 splijtstofstaven met 3,3% uranium-235 als eerste werden vervangen door staven met 4% U235.

 

1 ALARA = as low as reasonably achievable = zo laag als redelijkerwijs haalbaar is. Dit principe wordt toegepast voor de (kans op) stralingsemissies en blootstelling. 

2 Zie project 519.

 

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. ing. W.G. Been
dhr. ir. R.J. Swanenburg de Veye

Voorzitter: dhr. ir. K.H. Veldhuis
Werkgroepsecretaris: dhr. drs. M. Odijk

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
N.V. Elektriciteits-Productiemaatschappij Zuid-Nederland EPZ

Bevoegd gezag
Ministerie van Economische Zaken
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Rijkswaterstaat
Ministerie van Volkhv., R.O. en Milieubeheer
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Zeeland


Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
D22.3 tot 1-4-2011: Kernenergiecentrale: wijzigen of ontmantelen

Bijgewerkt op: 15 jan 2008