ECLI:NL:RVS:2009:BK0125

Betreft Golfbaan van Dorhout Mees bij Biddinghuizen
Datum uitspraak 14-10-2009
Rechtsprekende instantie  Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Proceduresoort Eerste aanleg - meervoudig
Trefwoorden golfterreinen, Biddinghuizen, recreatie, recreatievoorzieningen, ecologische hoofdstructuur (EHS), natuurgebieden
Bronnen vindplaats

Zaaknummer 200806200/1/R2

Conclusies voor de m.e.r. praktijk

In bijzondere gevallen kan een nieuwe recreatieve voorziening als een golfbaan deel uitmaken van de EHS. In het onderhavige geval was dit mogelijk, omdat:

  • de golfbaan onderdeel uitmaakte van een grondruilplan;
  • zonder grondruilplan was zowel de realisatie van een ecologische verbindingszone als de realisatie van een golfbaan onmogelijk;
  • de planologische regeling draagt op deze manier bij aan een aanmerkelijke verbetering van de natuurwaarden in het gebied en de omliggende natuur.

NB De uitspraak laat in het midden of de natuur op de golfbaan van wezenlijke waarde is voor de EHS. Het gaat om de verbetering voor het gehele natuurgebied.

Casus

Het bestemmingsplan van de gemeente Dronten zoals vastgesteld op 20 december 2007 en goedgekeurd op 24 juni 2008, voorziet in een planologische regeling voor een reeds aangelegde 7-holes golfbaan (28 ha) nabij Biddinghuizen. Ten zuidoosten van de Strandgaperweg is de bestemming ‘natuur’ toegekend. Dit moet de aanleg van een ecologische verbindingszone en de ‘Strandgaperbeek’ mogelijk maken. Daarbinnen is een aanduiding voor een golfbaan opgenomen. Door een aantal natuurorganisaties is betoogd dat door die aanduiding in het als natuur bestemde gebied het kerngebied van de EHS met 28 ha wordt verkleind, en dat de golfbaan bovendien naastliggende delen van de EHS aantast. Zij vinden dat deze aantasting moet worden gecompenseerd.
GS geven aan dat het gebruik als golfbaan onder het vorige bestemmingsplan al was toegestaan omdat daarvoor een aanlegvergunning is verleend. Verder maakt dit bestemmingsplan een nieuw natuurgebied mogelijk, waarin langs de golfbaan een beek wordt aangelegd om verdroging in een groot deel van de Oostrand van Flevoland te verminderen. Aanleg van het natuurgebied is uitsluitend mogelijk als Staatsbosbeheer en een andere grondeigenaar vrijwillig van grond wisselen. Omdat de aanleg van de golfbaan alleen maar een positieve invloed heeft op de EHS leidt dit niet tot verslechtering van de EHS en dus is de toepassing van de saldobenadering niet aan de orde, aldus GS.

Overwegingen van de bestuursrechter
Nieuwvestiging of niet?
De Afdeling bestuursrechtspraak komt tot de conclusie dat de aanleg van de golfbaan als een nieuwvestiging moet worden gezien. De bestemming in het vorige bestemmingsplan was namelijk agrarisch. Het enkele feit dat een aanlegvergunning (kennelijk in strijd daarmee) is afgegeven, maakt dit niet anders.

EHS-beleid
De golfbaan ligt inderdaad in het gebied dat in het provinciaal omgevingsplan (POP) is aangewezen als EHS. De grond die na de grondruil eigendom van Staatsbosbeheer is geworden, is in het POP aangewezen als “gebied begrensd als nieuwe natuur”en als “waardevol gebied”. Het provinciale beleid is erop gericht de gebieden die zijn aangewezen als “nieuwe natuur” op basis van vrijwilligheid als EHS in te richten. Volgens het POP moet worden gestreefd naar kwalitatieve verbetering van de natuurwaarden in de EHS. Voor nieuwe ontwikkelingen die leiden tot een verslechtering, dient het systeem van saldobenadering te worden toegepast.

De golfbaan maakte deel uit van een (vrijwillig) grondruilplan. Dit plan maakte de ontwikkeling van een ecologische verbindingszone tussen twee natuurgebieden en een ‘beek’(als anti-verdrogingsmaatregel voor natuur) mogelijk. Deze maatregelen waren niet mogelijk zonder grondruil. Bij de grondruil zijn afspraken gemaakt over de inrichting van de golfbaan (met veel riet, ruigten en poelen). Uit het MER blijkt dat door de aanleg van de ecologische verbindingszone, de beek en de aanleg van ruigten en poelen op de golfbaan de natuurwaarden ten opzichte van het vroegere agrarisch gebruik zijn verbeterd.

Volgens de Afdeling draagt de planologische regeling voor het gehele gebied van de grondruil (golfbaan en beek en ecologische verbindingszone) bij aan een verbetering van de natuurwaarden in het gebied en de omliggende natuur, nog los van de vraag of de natuur op de golfbaan werkelijk waardevol is. Er is dus géén sprake van een kwantitatieve / kwalitatieve verslechtering van de natuur. Daarom is toepassing van de saldobenadering en daarmee compensatie van het ruimtebeslag van de golfbaan niet nodig.

Uitspraak
Het beroep is ongegrond.