ECLI:NL:RVS:2011:BP9585

Betreft Uitbreiding vleeskuikens Haaren
Datum uitspraak 30-03-2011
Rechtsprekende instantie  Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Proceduresoort Eerste aanleg - meervoudig
Trefwoorden uitbreiding, pluimveehouderij, m.e.r.-beoordelingsplicht, m.e.r.-richtlijn, bijlage III
Bronnen vindplaats

Zaaknummer 201006537/1/M2

Conclusies voor de m.e.r. praktijk

  • Wijziging van een stal door het aanbrengen van een mixluchtventilatiesysteem en het houden van minder dieren in de stal, kan niet worden aangemerkt als de oprichting van een nieuwe installatie als bedoeld in het Besluit m.e.r. 1994.

Verder is deze uitspraak interessant omdat:

  • twee elementen genoemd worden die ten aanzien van geur relevant (kunnen) zijn in de m.e.r.-beoordeling, te weten: de geldende geurnormen en de ‘Gebiedsvisie t.b.v. de Verordening geurhinder en veehouderij, 26 februari 2008’;
  • de ammoniakemissie van de inrichting zal afnemen onder de revisievergunning en er worden strengere eisen gesteld ten aanzien van de toegepasten stalsystemen dan de beste beschikbare technieken. Daarmee is het resultaat van de m.e.r.-beoordeling dat geen m.e.r.-plicht gold niet onredelijk.

NB Er verschijnen steeds meer inhoudelijke uitspraken over m.e.r.-beoordeling. Ook deze uitspraak vormt dus een voorbeeld over hoe m.e.r.-beoordeling plaats dient te vinden (zie ook bijvoorbeeld ABRvS 29 december 2010, zaaknr. 201000770/1/M2 of Vz.ABRvS 4 februari 2011, zaaknr. 201011900/2/M1).

Casus

Op 25 mei 2010 heeft het college van B en W Haaren aan vergunninghouder een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4 lid 1 Wm (oud) verleend voor een pluimveehouderij. De oorspronkelijke Wm-vergunning was op 17 september 1998 verleend voor het houden van 87.000 vleeskuikens. De revisievergunning is verleend voor het houden van 156.250 vleeskuikens. Van dit aantal worden 77.500 vleeskuikens gehouden in twee nieuwe stallen. de overige vleeskuikens worden in reeds bestaande stallen gehouden die worden gewijzigd. Deze wijzigingen bestaan er uit dat de stallen worden voorzien van een mixluchtventilatiesysteem en dat er minder dieren in worden gehouden.
Volgens appellanten heeft het college ten onrechte besloten dat er geen m.e.r.-plicht bestaat omdat:

  • de reeds vergunde stallen zodanig worden gewijzigd dat zij moeten worden aangemerkt als nieuwe installaties in de zin van de bijlage bij het Besluit m.e.r. 1994. Consequentie hiervan is dat de drempelwaarde voor mesthoenders (categorie 14 van onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. 1994) wordt overschreden;
  • wat betreft de aspecten geur en ammoniak het college bij de beoordeling of een MER moet worden gemaakt onvoldoende rekening heeft gehouden met de kenmerken van de inrichting en de plaatselijke milieuomstandigheden. Zij wijzen in dit verband op de hoge geurbelasting vanwege de inrichting, het grote aantal veehouderijen in de omgeving van de inrichting en het in de omgeving van de inrichting gelegen natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen.

Volgens het college bestaat er geen verplichting tot het opstellen van een MER gelet op:

  • het aantal dieren waarmee de inrichting wordt uitgebreid, en
  • de reeds bestaande stallen niet zodanig worden gewijzigd dat het gaat om ‘oprichten’ of ‘uitbreiden’ in de zin van het Besluit m.e.r. 1994.

Overwegingen van de bestuursrechter
Wijziging bestaande stallen
De bestaande stallen worden niet zodanig gewijzigd dat zij aangemerkt moeten worden als nieuw opgerichte installaties.
Sinds 16 augustus 2006 bepaalt categorie 14 van onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. 1994 dat ook voor het wijzigen en uitbreiden van in deze categorie genoemde projecten een m.e.r.-plicht bestaat, naast de al bestaande m.e.r.-verplichting voor het oprichten van dergelijke projecten. Uit de nota van toelichting bij het Besluit van 16 augustus 2006 volgt dat bij een wijziging of uitbreiding van een inrichting alleen een m.e.r.-plicht bestaat wanneer door deze wijziging of uitbreiding de drempelwaarde van categorie 14 van onderdeel C wordt overschreden (Stb. 2006, 388, blz. 37). Dit betekent voor het houden van vleeskuikens dat pas een m.e.r.-plicht bestaat wanneer het aantal vleeskuikens toeneemt met de drempelwaarde van meer dan 85.000. Zie ABRvS 26 maart 2008, zaaknummer 200708006/1. Door de vergunde wijziging van de stallen en oprichting van de twee nieuwe stallen neemt het aantal vleeskuikens niet met meer dan 85.000 toe, zodat geen m.e.r.-plicht bestond.

Geur en ammoniak
Uit het besluit van 4 mei 2010 over de te verlenen vergunning blijkt dat het college rekening heeft gehouden met de kenmerken en de plaats van het project.

  • Wat betreft het aspect geur heeft het college in aanmerking genomen dat de geurbelasting vanwege de inrichting ruim onder de geldende geurnormen blijft. Daarnaast blijkt volgens het college uit de 'Gebiedsvisie t.b.v. de Verordening geurhinder en veehouderij d.d. 26 februari 2008', die is opgesteld in verband met het vaststellen van de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Haaren, dat ook wat betreft de cumulatie van geurhinder met andere inrichtingen niet hoeft te worden gevreesd voor belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
  • Wat betreft het aspect ammoniak heeft het college in aanmerking genomen dat de ammoniakemissie afneemt. Weliswaar komen de emissiepunten van de inrichting dichterbij het zeer kwetsbare gebied Leemkuilen, dat behoort tot het Natura-2000 gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen, te liggen. Maar door de afname van de ammoniakemissie zal de ammoniakdepositie op dit gebied niet toenemen. Daarnaast worden ten aanzien van de toegepaste stalsystemen strengere eisen gesteld dan het toepassen van de beste beschikbare technieken. Hierdoor vormen de plaatselijke milieuomstandigheden geen reden voor het opleggen van strengere eisen.

Uitspraak
Niet alleen de beroepsgrond inzake m.e.r., maar ook de overige beroepsgronden slagen niet. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Zie ook de uitspraak over het bestemmingsplan buitengebied Haaren (ABRvS 7 september 2011, zaaknr. 200907076/1/R3).