Thema Veehouderij

Beleid en regelgeving

Luchtkwaliteit en veehouderij

Fijn stof
Veehouderijen zijn een emissiebron van fijn stof. Het milieueffectrapport moet, naast een toetsing aan de wettelijke eisen, duidelijk maken welke effecten het voornemen en de alternatieven hebben op de luchtconcentraties van met name fijn stof. De Handreiking fijn stof en veehouderijen biedt ondersteuning bij de toetsing.


Fijn stof knelpunten
Fijn stof knelpunten zijn veehouderijen die gemeenten monitoren, omdat deze bedrijven een overschrijving van de grenswaarden fijn stof op een woning of object kunnen veroorzaken. Als het voornemen in een gebied ligt waarvoor de Regeling niet in betekende mate niet geldt, dan moet in het milieueffect-rapport duidelijk worden gemaakt wat hiervan de consequenties zijn voor het voornemen.

 

Overige luchtemissies
De Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR) harmoniseert vergunningen over emissies naar de lucht en geeft informatie over emissiebeperking. Zij geeft algemene eisen aan emissieconcentraties en uitzonderingsbepalingen voor specifieke activiteiten of bedrijfstakken. In een milieueffectrapport moet aangetoond worden dat emissies van bijvoorbeeld mestverwerkings- en bewerkingsinstallaties voldoen aan de relevante emissie-eisen.

Het Besluit emissie-eisen stookinstallaties (Bees) stelt emissie-eisen aan de uitstoot van stikstofoxiden (NOX), zwaveldioxide (SO2) en stof uit stookinstallaties. Dit kan eisen stellen aan installaties binnen veehouderijen, bijvoorbeeld in het geval van mestverwerking.

 

Geur en veehouderij

Het milieueffectrapport geeft inzicht in de geuremissie en geurbelasting. De geurbelasting wordt bepaald met het rekenmodel V-Stacks Vergunningen. De geur vanuit stallen wordt getoetst aan de normen uit de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) of als deze beschikbaar zijn, aan de geurnormen uit de gemeentelijke geurverordening.
Gezien de grootte van de meeste m.e.r.-plichtige veehouderijen vraagt de Commissie in veel gevallen om binnen de omgevingstoets ook inzicht te geven in de cumulatieve geurbelasting met het rekenmodel V-Stacks Gebied. Hierbij wordt ook de achtergrondgeurbelasting van andere, al aanwezige veehouderijen in de omgeving betrokken.
Ook van andere geurbronnen, zoals brijvoerproductie en mestbewerking en –verwerking, moeten de gevolgen voor de geurhinder beschreven worden.

 

Richtlijn industriƫle emissies - IPPC

Een varkens- of pluimveehouderij is op grond van bijlage 1 van de RIE een zogenaamde IPPC-inrichting als het beschikt over:

  • meer dan 40.000 plaatsen voor pluimvee
  • meer dan 2 000 plaatsen voor mestvarkens (van meer dan 30 kg), of
  • meer dan 750 plaatsen voor zeugen.

De toepassing van beste beschikbare technieken (BBT) en de IPPC-omgevingstoets zijn relevant voor de beschrijving van de milieugevolgen en van de alternatieven in het milieueffectrapport.

 

Ammoniak en veehouderij

Emissie


Depositie
Het milieueffectrapport geeft inzicht in de milieueffecten. Voor de gevolgen van de ammoniak-/stikstofemissie brengt het rapport de depositie op kwetsbare gebieden in beeld. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de zeer kwetsbare gebieden die beschermd worden op grond van de Wav, maar ook naar alle relevante (kwetsbare) natuurgebieden binnen de ecologische hoofdstructuur.

Speciale aandacht is er voor depositie op gebieden die beschermd worden op grond van de Natuurbeschermingswet 1998: de Natura 2000-gebieden en Beschermde natuurmonumenten.

 

Berekening brijvoer

De Commissie vraagt voor varkenshouderijen in het milieueffectrapport aan te geven hoeveel en welk soort bijproducten worden gebruikt en wat de verwachte opslag en doorvoer is.
Zij vraagt dit omdat boven 1.000 m3 opslag en/of 15.000 ton doorvoer niet de gemeente, maar de provincie bevoegd gezag is voor de vergunning-procedure en daarmee voor de m.e.r.-procedure. Maak deze berekening zo realistisch mogelijk. Bijproducten kunnen leiden tot geuroverlast. Een onrealistische inschatting van de hoeveelheid bijproducten kan bij de rechter tot de conclusie leiden dat er een vormfout is gemaakt. De m.e.r.- en vergunningprocedure moeten dan opnieuw.