Het voornemen betreft de aanleg van een hoogwatergeul. Deze moet het overstromingsrisico van de Maas beperken, en bijdragen aan natuurontwikkeling.
Hoofdpunten uit het advies
De m.e.r. procedure dient ter ondersteuning van de lange termijn ontwikkeling van het totale plangebied. De initiatiefnemer beoogt met ondersteuning door m.e.r. een integraal plan te ontwikkelen, gericht op de belangrijke keuzen in de planvorming. Deze hangen samen met een drietal samenhangende onderdelen c.q. fasen:
De locatie van de hoogwatergeul is vastgelegd in het Tracébesluit Zandmaas/Maasroute (2002), waarvoor eerder een Trajectnota/MER is opgesteld (1999).
De Commissie m.e.r. adviseert om in het MER een zo volledig en concreet mogelijk beeld te geven van de activiteiten en milieugevolgen in de verschillende fasen in hun onderlinge samenhang.
Uit het MER blijkt echter dat het oorspronkelijke voornemen, zoals dat in de startnotitie was beschreven, is aangepast. Het voornemen waarover het MER gaat betreft niet langer de hoogwatergeul en het Maaspark tezamen, maar enkel nog de maatregelen die getroffen worden ten behoeve van het Tracébesluit. Maaspark Well is nog onvoldoende concreet en is daarom enkel als ‘doorkijk’ opgenomen in het MER. De Commissie is van mening dat de essentiële informatie voor besluitvorming over de hoogwatergeul, voor zover dit betrekking heeft op de maatregelen ten behoeve van het Tracébesluit, in het MER aanwezig is.
Uit het MER leidt de Commissie de volgende aandachtspunten voor de verdere besluitvorming af: