1754. Ontpoldering Noordwaard

Rijkswaterstaat onderzoekt de mogelijkheden voor de ontpoldering van de Noordwaard in de gemeente Werkendam. Deze ontpoldering is één van de maatregelen uit de planologische kernbeslissing Ruimte voor de Rivier. Voor de ontpoldering wordt de rijksprojectenprocedure gevolgd, waarvoor de Minister van Verkeer en Waterstaat (coördinerend) bevoegd gezag is. Voor het besluit is een milieueffectrapport (MER) opgesteld.

Procedure en adviezen

Richtlijnen
21-04-2006 Datum kennisgeving
21-04-2006 Ter inzage legging van de informatie
30-06-2006 Advies uitgebracht
Advies voor richtlijnen
Aanvullende richtlijnenfase
23-10-2007 Adviesaanvraag
23-10-2007 Datum kennisgeving
23-10-2007 Ter inzage legging van de informatie
14-01-2008 Advies uitgebracht
Aanvullend richtlijnenadvies
Toetsing
23-04-2010 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie mer
27-04-2010 Kennisgeving MER
27-04-2010 Ter inzage legging MER
02-07-2010 Toetsingsadvies uitgebracht
persbericht
Toetsingsadvies

Opmerkingen bij de advisering

De Commissie voor de m.e.r. vraagt in het MER in het bijzonder aandacht te geven aan:

  • in hoeverre de alternatieven scoren op hun doelbereik;
  • welke fysieke ingrepen in het gebied noodzakelijk zijn voor de verschillende alternatieven en de gevolgen voor de sedimentatie-/erosie(processen) als gevolg van de waterafvoer en stromingen in het gebied onder gemiddelde en maatgevende omstandigheden beschrijven;
  • welke gevolgen de alternatieven hebben voor de bestaande natuurwaarden en het landschap en welke natuur- en landschappelijke waarden worden ontwikkeld, nu en op de langere termijn.

Op 23 oktober 2007 is een aanvullende startnotitie ter inzage gelegd en is de Commissie gevraagd om te adviseren over aanvullende richtlijnen. De aanvullende startnotitie gaat specifiek in op het tweede hoofdpunt: omgaan met grond. Voor het afgraven van grond is mogelijk een ontgrondingvergunningnodig. Voor het gebruik van grond elders in het gebied is mogelijk – afhankelijk van de kwaliteit van de grond – een Wm-vergunning nodig. Op hoofdlijnen waren deze onderwerpen al opgenomen in de startnotitie en richtlijnen uit 2006. Voor de juridische zekerheid heeft Rijkswaterstaat gekozen hiervoor een aanvullende startnotitie ter inzage te leggen en zal bevoegd gezag aanvullende richtlijnen vaststellen.

De Commissie is van oordeel dat de essentiële informatie voor besluitvorming in het MER aanwezig is. De projectdoelen staan duidelijk verwoord en er wordt bij alle alternatieven op een goede manier teruggekoppeld in welke mate sprake is van doelrealisatie. De Commissie heeft op een tweetal onderdelen aanbevelingen voor de besluitvorming. Als eerste adviseert de Commissie de optimalisaties die hebben plaatsgevonden bij de ontwikkeling van het voorkeursalternatief (vka) vanuit het alternatief kleine compartimenten en de ontwerpvisie helderder weer te geven. Ten tweede adviseert de Commissie de robuustheid van de alternatieven in relatie tot mogelijke toekomstige opgaven voor veiligheid explicieter aan te geven.

Klik hier voor jurisprudentie over dit project.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

ir. Bram Bliek
ir. Johan van der Gun
prof. dr. ir. Frans Maas
drs. Yvonne van Manen

Voorzitter: dr. Dick Tommel
Werkgroepsecretaris: drs. Bart Beerlage

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
project Noordwaard/ Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Bevoegd gezag
Rijkswaterstaat

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Zuid-Holland


Categorieën Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
008.3 besluit-m.e.r. en plan-m.e.r. vanwege passende beoordeling
C09.0 tot 1-4-2011: (Her)inrichting landelijk gebied met functiewijziging >= 250ha
C12.2 tot 1-4-2011: Zee-, delta- of rivierdijk >= 5km, 250m3 profiel: wijziging of uitbreiding
C16.1 tot 1-4-2011: Winning oppervlaktedelfstoffen >= 100ha
C18.5 tot 1-4-2011: Niet-gevaarlijk afval (m.u.v. baggerspecie): storten of in de grond brengen >= 500.000m3

Bijgewerkt op: 26 okt 2021