2015. Alternatieve locatie baggerberging Smink, provincie Utrecht

De provincie Utrecht is voornemens om een alternatieve locatie voor baggerberging mogelijk te maken.

Procedure en adviezen

plan-m.e.r. reikwijdte en detailniveau
08-11-2007 Adviesaanvraag
19-12-2007 Advies uitgebracht
Advies reikwijdte en detailniveau
toetsing
13-06-2008 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
06-08-2008 Toetsingsadvies uitgebracht
Toetsingsadvies

Opmerkingen bij de advisering

Daartoe wordt een facultatieve Structuurvisie conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (ten tijde van de notitie reikwijdte en detailniveau was nog sprake van een partiële herziening van het Streekplan volgens de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening) voorbereid. Ter ondersteuning van dit besluit is een milieueffectrapport voor plannen (plan-MER; hierna afgekort tot MER) opgesteld.  In deze procedure zijn Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht initiatiefnemer en Provinciale Staten bevoegd gezag.

Door de bijstelling van het aanbod aan baggerspecie resteert maximaal 1,6 miljoen m3 te bergen regionale bagger in de provincie Utrecht. Dit is minder dan de eerder ingeschatte hoeveelheid van minimaal 2 miljoen m3. Bergingscapaciteit hiervoor blijkt ook te kunnen worden verkregen door na een voorbehandeling en hoeveelheidsreductie de bestaande afvalberging van Smink B.V. (hierna Smink) uit te breiden. Deze alternatieve locatie grenst aan de oorspronkelijk aangewezen voorkeurslocatie Zevenhuizen en ligt op de bestaande (droge) stortplaats.

In het advies reikwijdte en detailniveau is aangeven dat het MER tenminste een inzichtelijke onderbouwing van de locatiekeuze moet bevatten. Hiertoe moeten de volgende stappen worden gezet:

    1. doorloop nogmaals het trechterproces voor de locatiekeuze uit 1993-2001 voor de inrichtingsvarianten “putdepot”, “landdepot” en “omkaderd putdepot”, dat toen heeft geresulteerd in de voorkeurslocatie Zevenhuizen. Doe dit in het licht van de afname van de hoeveelheid te bergen baggerspecie tot 1,6 miljoen m3 en de actualisatie van het beleids- en beoordelingskader;
    2. doorloop een trechterproces voor de locatiekeuze 2007 voor een nieuwe inrichtingsvariant “landdepot op een bestaande stortplaats”. Onderzoek naast de locatie van Smink ook eventuele andere kansrijke locaties in de provincie Utrecht;
    3. vergelijk de resultanten uit de eerste twee stappen inzichtelijk met elkaar.

De Commissie heeft het MER getoetst aan de wettelijke vereisten en de definitieve notitie Reikwijdte en Detailniveau (RD) en is van oordeel dat de essentiële informatie in het MER aanwezig is.

De kern van dit MER is de beoordeling van de te verwachten effecten van de alternatieve locatie ten opzichte van de al vergunde locatie Zevenhuizen. De conclusie, dat berging van baggerspecie op de bestaande afvalberging vanuit het milieuoptiek gunstiger wordt beoordeeld dan berging op de locatie Zevenhuizen, is volgens de Commissie in het MER goed navolgbaar en plausibel.

Inmiddels is voor de inrichting van de alternatieve locatie Smink het besluit-MER “Uitbreiding bagerberging afvalberging Smink BV te Amersfoort” opgesteld. Hiervoor heeft de Commissie op 14 augustus 2006 een richtlijnenadvies en op 29 mei 2008 een toetsingsadvies gegeven (projectnummer 1778).

Voor de eerdere herzieningen van het streekplan is ook de m.e.r.-procedure doorlopen (zie projectnummer 579 "Provinciaal baggerspeciebergingsplan Utrecht"). In het MER uit 1996 zijn voor tien potentiële locaties put- en/of landdepots met elkaar vergeleken. Zeven van de potentieel geschikt geacht locaties zijn opgenomen in het Baggerbergingsplan 1997-2001. De locatie Zevenhuizen is daarbij het meest gunstig beoordeeld voor natuur en leefomgeving en is formeel aangewezen als locatie voor baggerberging. Hiervoor is ook het Streekplan herzien. De Commissie concludeerde in 1997 in haar toetsingsadvies dat het MER onvoldoende informatie voor de besluitvorming bevatte.

Parallel aan de beleidsvorming bij de provincie had Smink plannen ontwikkeld voor o.a. een baggerberging met een capaciteit van ca. 2 miljoen m3 op de voorkeurslocatie Zevenhuizen en heeft hiervoor in 1999 een inrichtings-MER (zie projectnummer 659 "Uitbreiding afvalberging Smink Amersfoort) opgesteld en een vergunningaanvraag ingediend. Dit plan behelsde een zogenoemd 'omkaderd putdepot' (gedeeltelijk onder maaiveld en gedeeltelijk omkaderd boven maaiveld). Na het indienen van deze vergunningaanvraag ontstond onzekerheid of deze vorm wel volledig werd gedekt door het bovengenoemd locatiekeuze-MER (579). De vergunningaanvraag is daarop ingetrokken.

In 2001 is door de provincie hierop een aanvulling op het locatiekeuze-MER opgesteld, waarin naast de nieuwe inrichtingsvariant rekening is gehouden met het toetsingsadvies van de Commissie, de inspraakreacties, nieuw of herzien beleid en recente ruimtelijke ontwikkelingen. Op basis van het aanvullende MER heeft de provincie Utrecht in december 2001 de aanwijzing van locatie Zevenhuizen voor een omkaderd putdepot in een partiële herziening van het Baggerbergingsplan 1997-2001 bevestigd en vastgelegd in de tweede partiële herziening van het Streekplan in 2002. De Commissie concludeerde in haar toetsingsadvies dat het aanvullend MER voldoende informatie biedt om een besluit te kunnen nemen over het opnieuw aanwijzen van de locatie Zevenhuizen als voorkeurslocatie voor baggerspecieberging. Het onderhavig plan-MER wordt gezien als een aanvulling op dit aanvullend MER uit 2001.

In 2003 heeft Smink vervolgens opnieuw een vergunningaanvraag voor de realisatie van de baggerberging in gediend en het inrichtings-MER op het onderdeel baggerberging geactualiseerd. Het geactualiseerde MER is in 2004 getoetst en biedt volgens de Commissie voldoende informatie. In december 2005 is de vergunning voor de locatie Zevenhuizen onherroepelijk geworden.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. ing. E. de Bree
dhr. ir. W.J. van Doorn
dhr. ir. W. van Duijvenbooden
dhr. ir. K.A.A. van der Spek

Voorzitter: dhr. drs. H.G. Ouwerkerk
Werkgroepsecretaris: dhr. drs. A.R. van Dijk

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Provincie Utrecht

Bevoegd gezag
Provincie Utrecht

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Utrecht


Categorieën Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
007 Plan-m.e.r.
D18.3 tot 1-4-2011: Wijzigen van inrichting voor diverse afvalstoffen

Bijgewerkt op: 10 jul 2018