2398. Bereikbaarheid Regio Rotterdam en Nieuwe Westelijke Oeververbinding

In 2008 startte de MIRT-verkenning Rotterdam Vooruit. Deze verkenning resulteerde in 2009 in een Masterplan Rotterdam Vooruit, een ontwikkelingsvisie voor de Rotterdamse regio voor de periode 2020-2040 waarin de bereikbaarheidsopgave wordt afgestemd op de ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen in de regio om zo te komen tot een robuust en duurzaam mobiliteitsysteem. De Commissie is in 2013 gevraagd advies uit te brengen over de plan-MER'en Rotterdam Vooruit en NWO en het effectrapport Landtunnel Krabbeplas-West.

Procedure en adviezen

Reikwijdte en detailniveau planMER
16-03-2010 Adviesaanvraag
18-05-2010 Advies uitgebracht
Advies reikwijdte en detailniveau
Toetsing
06-03-2013 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
02-04-2013 Kennisgeving MER
03-04-2013 Ter inzage legging MER
08-07-2013 Toetsingsadvies uitgebracht
Toetsingsadvies

Opmerkingen bij de advisering

Toetsingsadvies
De plan-MER'en Rotterdam Vooruit en NWO beschrijven, op enkele onderdelen na, alle relevante (milieu-)aspecten. Het detailniveau van de effectbepaling sluit goed aan op het abstractieniveau van de besluiten. Het MER in combinatie met de MKBA voor de NWO laat zien dat de Blankenburgverbinding in vergelijking tot de Oranjeverbinding positiever scoort qua economisch rendement en doorstroming (met name op de Beneluxcorridor) en negatiever qua effecten op natuur, landschap, cultuurhistorie, archeologie, geluidhinder en recreatie. 

 

De Commissie vindt dat het Plan-MER Rotterdam Vooruit de (relatieve) bijdrage van de prioritaire vraagstukken aan het realiseren van de gewenste ruimtelijk-economische ontwikkelingen en het robuuste en duurzame mobiliteitssysteem te beperkt beschrijft. Zij adviseert deze informatie aan te vullen.
 

Het Plan-MER NWO, inclusief effectrapport Landtunnel Krabbeplas-West bevat veel relevante informatie. Op het onderdeel ‘natuur’ ontbreekt echter nog essentiële informatie. De Commissie adviseert de effectbeoordeling van stikstofdepositie nader te onderbouwen.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. ir. J.A. Huizer
dhr. prof. dr. H.J. Meurs
dhr. dr. M.J.F. van Pelt
dhr. dr. N.P.J. de Vries

Voorzitter: mw. drs. J.G.M. van Rhijn
Werkgroepsecretaris: dhr. dr. G.P.J. Draaijers

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM)

Bevoegd gezag
Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM)

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Zuid-Holland


Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
007.1 Plan-m.e.r. vanwege kaderstelling en passende beoordeling
C01.1 Aanleg hoofdweg

Bijgewerkt op: 10 jul 2018