295. Baggerspecieberging Ketelmeergebied

Tussen 1950 en 1980 zijn grote hoeveelheden afvalstoffen door de Rijn en IJssel meegevoerd en neergeslagen in het Ketelmeer tussen de Noordoostpolder en Flevoland. De initiatiefnemer heeft het voornemen om een grootschalige bergingslocatie voor baggerspecie aan te wijzen in het Ketelmeergebied. De verwerkingswijze, de wijze van berging en de beslissing over het wel of niet saneren van de waterbodem van het Ketelmeer, zijn factoren die randvoorwaarden stellen aan de mogelijke bergingslocatie.  

Procedure en adviezen

Richtlijnen
29-05-1990 Datum kennisgeving
29-05-1990 Ter inzage legging van de informatie
24-08-1990 Advies uitgebracht
Advies voor richtlijnen
Toetsing
22-04-1992 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
27-04-1992 Kennisgeving MER
27-04-1992 Ter inzage legging MER
29-10-1992 Toetsingsadvies uitgebracht
Toetsingsadvies (1992)
Toetsing a
19-01-1994 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
20-01-1994 Kennisgeving MER
20-01-1994 Ter inzage legging MER
18-03-1994 Toetsingsadvies uitgebracht
Toetsingsadvies (1994)

Opmerkingen bij de advisering

Bij de start van de m.e.r.-procedure werd de ontheffingverlening inzake de Wca in eerste instantie niet als m.e.r.-plichtig besluit in beschouwing genomen; de minister van VROM trad in deze fase dan ook niet op als bevoegd gezag.

In het advies voor richtlijnen wees de Commissie erop dat, indien zou worden besloten om een depot aan te leggen dat geheel of gedeeltelijk boven water komt te liggen en in later stadium blijkt dat de te bergen specie boven de norm van de Wca uitkomt, opnieuw een m.e.r.-procedure zou moeten worden gestart, omdat de ontheffing van de Wca een m.e.r.-plichtig besluit is, waarbij de minister van VROM het bevoegd gezag is. Naar aanleiding van deze opmerking is besloten om de Minister alsnog in de richtlijnenfase te betrekken.

In haar advies voor richtlijnen heeft de Commissie zich geconcentreerd op een gefaseerde aanpak waarbij zij drie fasen onderscheidt; fase 0 is het kader van randvoorwaarden dat wordt gevormd door het landelijk beleid; fase 1 is een globale afweging van het aantal mogelijke alternatieven; fase 2 is een gedetailleerde uitwerking van de na fase 1 geselecteerde alternatieven. De Commissie achtte multicriteria-analyse een goede methode om te komen tot een inperking van het aantal alternatieven.

Bij de toetsing van het MER deel 1 heeft de Commissie gevraagd om een variant op land nader te beschouwen voor de criteria 'isolatie, controle en beheer' en om de kwaliteit van vrijkomend zand in de afweging te betrekken. In het MER deel 2 is gedeeltelijk op deze aspecten ingegaan. De Commissie heeft het advies toegespitst op de vergelijking van voorkeursvarianten uit het MER deel 2 ten opzichte van het in oktober 1993 gepubliceerde Beleidsstandpunt verwijdering baggerspecie.

Op 15 mei 1998 vroeg de directie IJsselmeergebied van Rijkswaterstaat een wijzigingsvergunning aan bij Gedeputeerde Staten van Flevoland ten behoeve van de aanleg van twee zand/slib-scheidingsbekkens.

Op 20 januari verleende de Ministerie van Verkeer en Waterstaat een vergunning ingevolge de Wet beheer rijkswaterstaatswerken voor sanering van de bodem het Ketelmeer.

Nadat het slibdepot IJsseloog was voltooid, werd in augustus 2000 besloten om de sanering van het Ketelmeer aan het einde van die maand te starten.

Op 2 november 2004 heeft de Commissie een evaluatierapport ontvangen voor baggerspeciebergingsdepot IJsseloog in het Ketelmeer. Dit evaluatierapport ligt aan de basis van de nieuw te verlenen milieuvergunning aan RWS voor dit depot voor de periode 2005-2015


 

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

ir. Johan Driessen
ir. Heijnen
dr. Ron Janssen
ir. Anne Kiestra
drs. Ron Mes

Voorzitter: ir. Peter van Duursen
Werkgroepsecretaris: drs. Marja van Eck

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Rijkswaterstaat

Bevoegd gezag
Provincie Flevoland
Provincie Overijssel
Rijkswaterstaat
Ministerie van Volkhv., R.O. en Milieubeheer

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Flevoland; Nederland, provincie Overijssel


Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
C13.0 tot 1-4-2011: Landaanwinning, droogmakerij, indijking >= 200ha
C16.1 tot 1-4-2011: Winning oppervlaktedelfstoffen >= 100ha
C18.3 tot 1-4-2011: Stort baggerspecie >= 500.000m3, klasse >= 3

Bijgewerkt op: 10 jul 2018