3388. Net op zee Hollandse Kust (west Beta)

De stroom die het windpark Hollandse Kust (west) vanaf 2025 gaat produceren, komt met kabels aan land en wordt via een transformatorstation bij Beverwijk aangesloten op het hoogspanningsnet. De kabels komen ondergronds te liggen, zowel op zee als op land. Voor de aanleg van de kabels en het transformatorstation wordt een inpassingsplan opgesteld en zijn vergunningen nodig. Voordat de minister van Economische Zaken en Klimaat hier een besluit over neemt, zijn de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport. 

Procedure en adviezen

Reikwijdte en detailniveau
18-03-2019 Adviesaanvraag bij de Commissie mer
29-07-2019 Advies reikwijdte en detailniveau uitgebracht
Advies reikwijdte en detailniveau
Persbericht
Tussentijdse toetsing
11-12-2019 Advies uitgebracht
Tussentijds toetsingsadvies
Persbericht
Toetsing
09-04-2021 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie mer
03-08-2021 Toetsingsadvies uitgebracht
Toetsingsadvies
Persbericht

Opmerkingen bij de advisering

Toetsingsadvies
Er ligt een goed leesbaar milieueffectrapport waarin de meeste milieueffecten voldoende zijn onderbouwd. De mogelijke gevolgen van elektromagnetische velden voor mens en natuur zijn bijvoorbeeld goed in beeld. In het rapport ontbreekt op enkele punten nog informatie over natuur en archeologie. Voor de natuur in het Noordhollands Duinreservaat is bijvoorbeeld meer informatie nodig over de gevolgen van extra stikstof tijdens de aanlegfase. Voor een van de werkterreinen in het reservaat moet inzichtelijk gemaakt worden welke maatregelen er mogelijk zijn om de natuur te herstellen na de werkzaamheden. Wat archeologie betreft adviseert de Commissie om maatregelen te beschrijven om waardevolle scheepswrakken te behouden.
De Commissie adviseert om het milieueffectrapport eerst aan te vullen met deze informatie en daarna pas een besluit te nemen over het inpassingsplan en de vergunningen voor de kabelroute voor het windpark.

Tussentijds toetsingsadvies
Het tussenrapport (‘MER fase 1’), waarin verschillende routes zijn onderzocht, beschrijft alle relevante milieueffecten die kunnen optreden bij de aanleg en het gebruik van de hoogspanningsverbinding en het transformatorstation. Verschilpunten tussen de routes op zee zitten onder andere in de doorsnijding van zandwingebieden en in de vereiste begravingsdiepte van de kabels. Op land zijn er tal van kleine verschillen tussen de mogelijke routes, zoals in de omvang van de effecten op waardevolle habitattypen en beschermde soorten of in het aantal kabels en leidingen dat wordt gekruist.
Volgens de Commissie bevat het tussenrapport alle essentiële milieu-informatie voor een onderbouwde keuze van het te volgen kabeltracé, dat in de volgende stap (‘MER fase 2’) in meer detail zal worden onderzocht en uitgewerkt.

Advies reikwijdte en detailniveau
Vanuit het windpark zijn voor de ondergrondse hoogspanningskabel verschillende routes mogelijk naar het transformatorstation bij Beverwijk. Het milieueffectrapport moet de stappen en de criteria bij de selectie van mogelijke routes duidelijk beschrijven. Ook adviseert de Commissie de mogelijke milieueffecten per route in beeld te brengen, zoals die op de natuur, de leefomgeving en eventueel aanwezige archeologische waarden. Tot slot moet duidelijk zijn hoe die effecten zijn meegewogen bij het kiezen van de route die in de volgende fase in detail zal worden uitgewerkt.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dr. Theo Fens
dr. Heleen van Londen
dr. Bert van der Valk
ing. Rob Vogel
ir. Paul de Vos

Voorzitter: ir. Kees Slingerland
Werkgroepsecretaris: Marianne Schuerhoff, MSc

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
TenneT TSO B.V.
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Bevoegd gezag
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Overige gegevens

Gebied: Nederland, niet provinciaal ingedeeld gebied


Categorieën Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
008.1 Project-m.e.r. en plan-m.e.r. vanwege kaderstelling en passende beoordeling
D15.2 2018: aanleg, wijziging, of uibreiding van werken voor onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater >=1,5 milj m3 pj
D24.2 2018: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een ondergrondse hoogspanningsleiding met een spanning >=150 kilovolt of een lengte >= 5 km in een gevoelig gebied als bedoeld onder a,b of d van onderdeel A1

Bijgewerkt op: 03 aug 2021