VIDA Bioenergy Limburg (VBL), onderdeel van VTTI B.V., wil een vergistingsinstallatie bouwen en exploiteren op bedrijventerrein Zevenellen in de gemeente Leudal. De installatie moet komen op de locatie van een voormalige kolencentrale. VBL wil daar maximaal 750.000 ton dierlijke mest en organische reststromen verwerken tot biogas. Hoeveel gas dit zal opleveren hangt af van de verhouding tussen mest en reststromen. Voordat de provincie Limburg besluit over de vergunning zijn de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport. De Commissie gaf in een eerder advies aan dat aanvullende informatie nodig was op enkele onderdelen.
Hoofdpunten uit het advies
Toetsingsadvies
Het milieueffectrapport is aangevuld met meer informatie over onder andere geur- en luchtemissie. Ook zijn nieuwe stikstofberekeningen uitgevoerd. De Commissie kan zich nu goed vinden in de beschrijving van deze effecten en berekeningen. Het rapport geeft daarmee een vrijwel volledig en goed beeld van de (mogelijke) milieueffecten.
Op één onderdeel ontbreekt nog informatie, namelijk de effecten van bijzondere bedrijfsomstandigheden, zoals storingen, onderhoud en lekkages. Deze informatie is van belang omdat tijdens deze bedrijfsomstandigheden de milieueffecten groot kunnen zijn, bijvoorbeeld voor geur.
De Commissie adviseert om het rapport aan te vullen met deze informatie, voordat een besluit wordt genomen over de vergunning voor de mestvergistingsinstallatie van VBL. VBL heeft aangegeven het rapport te zullen aanvullen.
Voorlopig toetsingsadvies
Het milieueffectrapport bevat veel nuttige informatie en beschrijft grotendeels de milieugevolgen van de voorgenomen vergistingsinstallatie. Zo leidt de installatie tot ongeveer 141 vrachtwagens per dag voor de aan- en afvoer van de te vergisten mest en reststromen. Ook zorgt de vergister voor een toename in stikstofemissie. Deze toename wordt gemitigeerd. Wat nog ontbreekt is voldoende duidelijkheid over geur en luchtemissie. De milieugevolgen van (on)voorziene bijzondere bedrijfsomstandigheden zijn onvolledig beschreven. Ook is er onduidelijkheid over de zekerheid van andere geplande initiatieven op het bedrijventerrein die zijn meegenomen in de situatie waarmee de milieugevolgen zijn vergeleken.
De provincie neemt het advies over. De initiatiefnemer vult het rapport aan en laat het daarna opnieuw beoordelen door de Commissie.
Advies reikwijdte en detailniveau
De Commissie adviseert om duidelijk het productieproces te beschrijven en aan te geven hoe de controle plaatsvindt op de kwaliteit van de mest en organische reststromen. Deze informatie is nodig voor het bepalen van de milieugevolgen van de installatie. Denk daarbij aan uitstoot naar de lucht (zoals geur en geluid) en de toename van (weg- en scheeps)verkeer. Onderzoek de (technische) mogelijkheden om de hinder en de gevolgen voor het milieu te verkleinen.
VBL gaat nu aan de slag met het milieueffectrapport. Als dat klaar is, laat de provincie het beoordelen door de Commissie.