690. Rijksweg A73, Roermond - Sint Joost

Na uitvoering van de m.e.r.-procedure voor rijksweg 731 is op 3 maart 1995 een tracébesluit genomen, dat echter op enkele onderdelen afweek van het in de projectnota/MER Rijksweg 73-zuid (3 januari 1994) opgenomen alternatief D1. Terwijl in het alternatief D1 het Roerdal wordt gekruist door middel van een brug, is in het tracébesluit een tunnelpassage voorzien. Hierdoor komt de in de projectnota/MER Rijksweg 73-Zuid eveneens voorziene parallelverbinding ten behoeve van het completeren van het lokale wegennet van Roermond te vervallen. Verder is in het tracébesluit het gedeelte tussen de Roertunnel en de aansluiting van de Rijksweg 73-Zuid op de Rijksweg A2 ten zuiden van het zogenoemde Ei van Sint Joost half verdiept aangegeven en strak gebundeld met de spoorlijn Roermond – Sittard.  Aangezien het tracébesluit van 3 maart 1995 onderdelen bevatte, waarvan de effecten niet in de projectnota/MER waren beschreven, is besloten tot het opstellen van een MER ten behoeve van een mogelijke herziening van het tracébesluit over de betreffende onderdelen.   1 Zie project 463.   

Procedure en adviezen

Richtlijnen
18-04-1995 Datum kennisgeving
18-04-1995 Ter inzage legging van de informatie
12-06-1995 Advies uitgebracht
Advies voor richtlijnen
Toetsing
01-09-1995 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
01-09-1995 Kennisgeving MER
01-09-1995 Ter inzage legging MER
31-10-1995 Toetsingsadvies uitgebracht
Toetsingsadvies

Opmerkingen bij de advisering

In het richtlijnenadvies adviseerde de Commissie om vooral uit het MER naar voren te laten komen welke verschillen in milieueffecten optreden tussen uitvoering met het zuidelijk deel als half verdiepte weg, strak gebundeld met de spoorlijn en voor het noordelijk gedeelte uitvoering als tunnel onder het Roerdal en een uitvoering met voor het zuidelijk gedeelte een weg op maaiveld, zonder strakke bundeling en voor het noordelijk gedeelte aanleg van een brug over het Roerdal. Ook adviseerde zij milieueffecten te beschrijven op het gebied van geohydrologie en aardkundige waarden; zeldzame en kenmerkende fauna en grondwaterafhankelijk vegetatie; landschap, archeologie en cultuurhistorie; geluid; lucht; en veiligheid, woon- en leefmilieu, met speciale aandacht voor de barrièrewerking van de weg. 

 

In haar toetsingsadvies concludeerde de Commissie dat het MER voldoende informatie bood om de milieuaspecten te kunnen betrekken bij de mogelijke herziening van het tracébesluit. Eén van de hoofdpunten van het advies betrof het wegontwerp. Zoals dat was gepresenteerd in het MER, voorzag het in een halfverdiepte ligging van het noordelijk tracégedeelte. Naar het zuiden toe wijzigt dit. Omdat de Vlootbeek in het provinciaal natuurbeleid als (potentieel) waardevol wordt gezien, kruist de weg het spoor hier bovenlangs. In het toetsingsadvies gaf de Commissie aan dat zij niet overtuigd was van de argumenten om een verdiepte ligging – waarbij de Vlootbeek in een duiker de weg en het spoor zal kruisen – buiten beschouwing te laten. Zij beval aan, gezien de in het geding zijnde natuurwaarden, in het besluit de afweging voor dit gedeelte van het tracé expliciet te vermelden. Daarnaast beval zij aan meer informatie over de voor- en nadelen van de verschillende opties te verzamelen. Zij gaf in overweging om in afwachting van deze extra informatie in het besluit de uitvoering van de Vlootbeekkruising nog niet zodanig vast te leggen dat er geen duikervariant meer mogelijk zou zijn. Als zou blijken dat deze 'duikervariant' toch een reële optie zou zijn voor de besluitvorming, zou de afweging in een nader besluit kunnen worden gemaakt.

Het Overlegorgaan Verkeersinfrastructuur gaf te kennen in principe te kunnen instemmen met de voorgenomen activiteit (alternatief DW1) en het meest milieuvriendelijke alternatief (mma). Het gaf de voorkeur aan een kortsluiting tussen de Wirosingel en de Burgemeester Geuljanslaan met een extra tunnelbuis boven de extra maatregelen die in het mma waren voorzien.

Ten aanzien van de duikervariant wordt gesteld dat zal worden nagegaan of deze perspectieven biedt, als blijkt dat de vermeende landschappelijke en ecologische voordelen voldoende opwegen tegen de eventuele meerkosten. De extra geluidwerende voorzieningen nabij het landgoed Rozendaal (onderdeel van het mma) zullen bij dit onderzoek worden betrokken. Dit onderzoek en de besluitvorming daarover komen aan de orde in de fase voordat de weg planologisch wordt ingepast.

In januari 1997 gaf de gemeente Roermond aan het deel van de A73 dat parallel zou komen aan de Wirosingel, 70 m naar het oosten te willen verplaatsen. Over dit voorstel zou nog contact worden opgenomen met de Rijksoverheden.

Eind 1997 zijn ook de onderdelen van het natuurcompensatieplan voor de A73-Zuid bekendgemaakt. Het plan is opgesteld door de Dienst landelijk gebied met gebruik van een geografisch informatiesysteem opgesteld en omvatte voorlopig 240 hectare. Door verschuiving van het tracé bij Tegelen bleek ongeveer 24 ha minder compensatie nodig.

De regiogemeenten en de provincie dragen zelf € 45 miljoen bij aan de aanleg van de A73-zuid en hebben contractueel vast laten leggen dat de weg op die manier voor 2008 klaar zal zijn.

In juni 2003 werd bekend dat de opgelegde bezuiniging voor de aanleg van de A73-zuid bij Rijkswaterstaat had geleid tot een plan tot schrappen van vluchtstroken in de tunnel onder het Roerdal. Maar de provincie en de gemeenten Venlo en Roermond hebben de vrees geuit dat dan allerlei bestemmingsplanprocedures zouden moeten worden overgedaan, en dat ook aanvulling op het MER nodig zou worden.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. dr. F.H. Everts
dhr. drs. A.L. de Jong
dhr. ir. J.A. Lörzing
dhr. ir. K. Nije

Voorzitter: dhr. mr. J.W. Kroon
Werkgroepsecretaris: dhr. drs. M. Odijk

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Rijkswaterstaat

Bevoegd gezag
Rijkswaterstaat

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Limburg


Categorieën Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
C01.1 Aanleg hoofdweg

Bijgewerkt op: 31 aug 2007